Dit is de 267e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en Guido Vroemen het over:
Intensief sporten en je hart na je 35e: wat klopt er?
Intensief sporten na je 35e zou je hart schaden. Die boodschap stond in april in vrijwel elke nieuwsapp, en binnen een dag ontploften de marathon-appgroepen. Maar wat gebeurt er nu echt met je hart als je jarenlang veel traint, en waar kwam die kop eigenlijk vandaan?
Waarom de kop over intensief sporten en je hart de kern miste
De kop luidde dat de 35-plusser die jaren intensief sport een groter risico loopt op hart- en vaatziekten. Wat er niet bij stond: groter dan wie, en groter dan wat.
Het bericht deed precies wat zulke koppen doen. Mensen die weinig sporten stuurden het door met een knipoog naar hun fanatieke vrienden. Fanatieke sporters voelden zich aangevallen en zochten meteen naar tegenargumenten. Twee kampen, één kop, en nauwelijks context.
Want de aanleiding was helemaal geen nieuw, alarmerend onderzoek. Het ging om een clinical consensus statement: een document waarin een groep experts de bestaande kennis bundelt en vertaalt naar advies voor artsen.
Wat er wel in de richtlijn voor masteratleten staat
De richtlijn verscheen op 6 april 2026 en werd geschreven door drieëntwintig auteurs, onder leiding van Thijs Eijsvogels van het Radboudumc en de Belgische cardioloog Guido Claessen. Hij is een gezamenlijke uitgave van de Europese en de Amerikaanse cardiologenverenigingen.
De aanleiding is praktisch. Vrijwel alle bestaande richtlijnen zijn gebaseerd op gegevens van patiënten die weinig bewegen. Een cardioloog die een fanatieke 55-jarige wielrenner in de spreekkamer krijgt, heeft daar dus weinig aan.
De publicatie hanteert daarbij een concrete definitie: een masteratleet is iemand van 35 jaar of ouder die meer dan 300 minuten per week traint.
In de centrale illustratie staan vijf bevindingen die bij deze groep vaker worden gezien: hartritmestoornissen, verkalking van de kransslagaders, verwijding van de aorta, littekenweefsel in de hartspier en een zeldzame, inspanningsgerelateerde vorm van hartspierziekte. Die laatste staat met een stippellijn ingetekend, omdat er nog weinig over vaststaat.
Naast die vijf bevindingen staan vijf uitgangspunten voor de behandeling. De laatste is de belangrijkste: beslis samen met de sporter, en weeg daarbij zijn doelen mee. Dit is dus geen document dat sporters afremt, maar een document dat artsen helpt het goede gesprek te voeren.
Waarom een sporter iets anders meldt dan pijn op de borst
Een van de nuttigste punten uit de richtlijn gaat over symptomen. Die kunnen bij sporters anders uitpakken. Naast de klassieke pijn op de borst en uitgesproken kortademigheid noemt Claessen een plotselinge, onverklaarde daling van je prestaties als mogelijk signaal van kransslagaderverkalking.
Dat is precies het signaal dat een gedreven sporter het makkelijkst wegredeneert. Slechte vorm? Dan zal ik wel harder moeten trainen. Terwijl het antwoord soms de andere kant op ligt.
Er speelt nog iets. Sporters denken zelf vaak dat een gezonde leefstijl hen vrijwaart, en in de spreekkamer wordt dat beeld soms overgenomen. Terwijl ook een fitte duursporter een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterol of een belaste familiegeschiedenis kan hebben. Veel 40-plussers zijn bovendien pas laat fanatiek gaan sporten en nemen jaren van ander gedrag mee.
Volgens Jurgen van Teeffelen is dat de eigenlijke boodschap van het stuk: sporten is gezond, maar het maakt je niet immuun.
Boezemfibrilleren komt vaker voor, en is meestal goed te behandelen
Het best onderbouwde voorbeeld is boezemfibrilleren. Bij oud-topsporters en bij mensen die decennialang veel duursport doen, komt deze ritmestoornis duidelijk vaker voor dan bij mensen die weinig of matig sporten.
De verklaring is mechanisch en nog niet hard bewezen. Een hart dat jarenlang veel bloed moet verplaatsen, vult de boezems flink. Dat weefsel rekt op, wat de geleiding kan vertragen en op termijn wat littekenweefsel kan geven.
Guido Vroemen ziet het in zijn praktijk, maar plaatst het meteen in verhouding. Het is niet nieuw, het is al jaren bekend bij oudere duursporters, en het overkomt zeker niet een op de twee of een op de drie. Het is een kleine groep, maar die groep bestaat.
Wat je merkt, is een onregelmatige en verhoogde hartslag die niet klopt met hoe zwaar de inspanning voelt, vaak met een benauwd gevoel en een plotselinge knik in je prestatie. Een hartfilmpje pikt het meestal op, en met medicatie of een ablatie is het goed te behandelen.
Er is zelfs een keerzijde die vrijwel nooit de krant haalt. Bij mensen met boezemfibrilleren die weinig bewegen, daalt het aantal episodes juist wanneer zij gaan sporten.
Kalk in de kransslagaders: wat we wel en niet weten
Dan de bevinding die het meeste stof doet opwaaien. Grote onderzoeken zoals de Nederlandse MARC-2 studie en de Belgische Master@Heart studie laten zien dat mannen die hun leven lang veel duursport doen, vaker plaques en meer kalk in hun kransslagaders hebben dan even gezonde mannen die dat niet doen.
Lang werd dat geruststellend uitgelegd. Sporters zouden vooral de kalkrijke, stevige plaques hebben die minder snel scheuren, terwijl inactieve mensen de zachtere variant opbouwen die tot een acuut infarct kan leiden.
Precies die verklaring werd door de Belgische onderzoekers getoetst, en zij konden hem niet bevestigen. In hun publicatie uit 2023 hadden levenslange duursporters juist meer plaques van alle typen, inclusief niet-verkalkte plaques in de vaten dicht bij het hart. Wel waren de zogeheten kwetsbare plaques in alle groepen zeldzaam, en bij de levenslange sporters zelfs het minst frequent.
Daar staat een geruststellend gegeven tegenover. In Amerikaans onderzoek onder ruim 21.000 gezonde mannen hadden de meest actieve deelnemers vaker kalk in hun vaten, maar na ruim tien jaar was hun sterfte niet hoger, ook niet bij een duidelijk verhoogde kalkscore.
De eerlijke samenvatting is dus dubbel. Kalk bij een duursporter betekent iets anders dan kalk bij iemand met een ongezonde leefstijl, maar de geruststelling dat het simpelweg de goede soort is, houdt geen stand.
Is intensief sporten eigenlijk wel het juiste woord?
En dan de belangrijkste kanttekening bij dat woord intensief. Een sporter die dat leest, denkt aan een hoge hartslag. In de meeste onderzoeken staat het gewoon voor veel uren.
Dat verschil is geen woordenspel. In vrijwel al dit onderzoek wordt intensiteit namelijk niet gemeten zoals in de inspanningsfysiologie. Er wordt niet met hartslagzones of vermogen gewerkt, maar met vragenlijsten en een tabelwaarde per sport. Hoe hard jij precies fietste, blijft daarbij buiten beeld.
Uit de publicatie in Circulation blijkt hoeveel dat uitmaakt. In een nieuwe analyse van de Master@Heart studie werden 222 mannen met een mediane leeftijd van 54 jaar twaalf maanden lang objectief gemeten met een hartslagband, naast de gebruikelijke vragenlijsten.
De objectief gemeten trainingsduur en de totale trainingsbelasting hingen wel samen met plaques en kalk. In het hoogste kwartiel was de kans op minstens een plaque bijna zes keer zo groot als in het laagste. De zelfgerapporteerde belasting liet dat verband niet zien.
En het meest opvallende: de relatieve tijd die iemand in de hoge hartslagzones doorbracht, liet geen duidelijk verband zien. Het signaal zat in duur en totale belasting, niet in intensiteit zoals sporters dat woord gebruiken.
Wat er nergens staat, is een grens. Geen enkele passage waarschuwt voor meer dan zoveel uur per week, of specifiek voor hardlopers. En er bestaat geen enkele studie die laat zien dat minder gaan trainen je risico verlaagt.
Wat een check je wel en niet oplevert
Blijft de praktische vraag: moet je je laten nakijken? Het advies van de Hartstichting geldt voor iedereen vanaf ongeveer 35 tot 40 jaar, of je nu sport of niet, en luidt: laat eens in de vijf jaar je klassieke risicofactoren checken. Bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker. Wie daar dieper in wil duiken, hoorde eerder al waarom een extreem lage rusthartslag niet automatisch een gezondheidscertificaat is.
Voor de serieuze duursporter is een sportmedisch onderzoek bij een sportarts een logischere stap, met een inspanningstest en een hartfilmpje. Maar ook daar is Guido eerlijk over: het blijft een momentopname. Een ritmestoornis moet je net vangen, en een uitslag zonder afwijkingen betekent niet dat er niets is.
Toch is de omgekeerde conclusie net zo onjuist. In bijna vijfentwintig jaar praktijk haalde Guido er regelmatig sporters uit bij wie wel degelijk iets speelde, die na behandeling gewoon zijn blijven sporten. Een keuring geeft geen garantie, maar hij levert wel degelijk iets op.
Statines, wearables en de vraag wat jij belangrijk vindt
Waar het in de spreekkamer echt schuurt, is bij een licht verhoogd cholesterol. De richtlijn zegt dan al snel: start met een statine. Guido weegt liever het hele risicoprofiel, want bij sporters geeft zo een middel nogal eens spierpijn, en dan train je minder lekker.
Dat is geen pleidooi tegen medicatie, benadrukt hij. Het is een pleidooi tegen automatisme bij een waarde die net over de grens ligt, terwijl alle andere factoren goed zijn. Daarmee raakt het aan de vraag die hoogleraar Florentina Hettinga eerder opwierp over het gebruik van kennis uit de sportwetenschap: een uitkomst die geldt voor duizenden mensen gemiddeld, zegt nog niet wat zij voor jou betekent. Precies daarom hameren de auteurs van de richtlijn op gedeelde besluitvorming.
En dan je horloge. Een polssensor meet tijdens beweging niet altijd betrouwbaar, en een piek van 200 slagen is vaker een storing dan een ritmestoornis. Guido herkent het verschil in de hartslagfiles: een echte versnelling loopt geleidelijk op en weer af, een storing schiet alle kanten op.
Bij twijfel geeft hij een sporter een borstband met een eenkanaals hartfilmpje mee, met een knop die je indrukt zodra je iets voelt. Achteraf is dan te zien of er op dat moment werkelijk iets gebeurde. Zijn conclusie is kort: foute data geven ook foute adviezen.
Wil je zelf iets nuttigs meten, dan is een bloeddrukmeter volgens hem waardevoller dan nog een hartslagstatistiek. Meet in rust, en houd het verloop bij.
Praktische take-aways
Laat een krantenkop je trainingsschema niet bepalen
Er verscheen geen nieuw onderzoek, er staat geen urengrens in de richtlijn, en er is geen studie die laat zien dat minder trainen je risico verlaagt. Concreet: verander deze week niets aan je schema op basis van een nieuwsbericht, en lees bij zo een kop eerst wat de onderliggende publicatie werkelijk onderzocht.
Ken de signalen die niet bij je inspanning passen
Pijn op de borst en kortademigheid kent iedereen, maar hartkloppingen en een plotselinge, onverklaarde prestatiedaling horen net zo goed in dat rijtje. Concreet: merk je twee of drie trainingen achter elkaar een knik die je niet kunt verklaren uit belasting, slaap of ziekte, maak dan een afspraak bij je huisarts in plaats van je schema te verzwaren.
Gebruik je meetgegevens als aanleiding, niet als uitslag
Je horloge stelt geen diagnose, en een sportkeuring is een momentopname. Beide zijn wel bruikbaar als startpunt. Concreet: leg een vreemde melding altijd naast hoe je je op dat moment voelde, en houd daarnaast eens per maand je bloeddruk in rust bij, zodat je een lijn ziet in plaats van een losse piek. Meer achtergrond over het hart van de duursporter hoorde je eerder in de aflevering met Thijs Eijsvogels.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Wat betekent intensief sporten voor je hart na je 35e volgens de nieuwe richtlijn?
De richtlijn stelt niet dat sporten gevaarlijk is. Zij beschrijft dat bij masteratleten, gedefinieerd als 35-plussers die meer dan 300 minuten per week trainen, vijf hartbevindingen vaker voorkomen: ritmestoornissen, kransslagaderverkalking, aortaverwijding, littekenweefsel en een zeldzame inspanningsgerelateerde hartspierziekte. Volgens Thijs Eijsvogels en zijn mede-auteurs is het doel dat cardiologen deze groep beter herkennen, omdat bestaande richtlijnen vrijwel volledig op niet-sporters zijn gebaseerd. Een urengrens waarboven sporten schadelijk zou zijn, staat er niet in.
2. Waarom hebben duursporters vaker kalk in hun kransslagaders?
Dat weet niemand precies. Wel is het herhaaldelijk gemeten, onder meer in de Nederlandse MARC-2 studie en de Belgische Master@Heart studie. Lang gold de verklaring dat sporters vooral stabiele, kalkrijke plaques opbouwen. Uit de Belgische publicatie blijkt dat die verklaring geen stand hield: levenslange duursporters hadden meer plaques van alle typen. Tegelijk waren kwetsbare plaques bij hen juist het zeldzaamst, en Amerikaans onderzoek onder ruim 21.000 mannen vond bij zeer actieve deelnemers geen hogere sterfte.
3. Welke signalen zijn voor een sportende 35-plusser reden om naar de huisarts te gaan?
Jurgen van Teeffelen noemt pijn op de borst, kortademigheid en hartkloppingen, maar zet daar nadrukkelijk een vierde signaal naast: onverklaarbaar prestatieverlies. Ook de auteurs van de richtlijn wijzen daarop, omdat een plotselinge terugval bij sporters kan wijzen op vernauwing van de kransslagaders. Guido Vroemen voegt toe dat een onregelmatige, verhoogde hartslag die niet klopt met het inspanningsgevoel typisch is voor een ritmestoornis. Ga bij zulke klachten langs de huisarts in plaats van harder te trainen.
4. Wat heb je meer aan: de hartcheck van de Hartstichting of een sportmedisch onderzoek?
Dat hangt af van je vraag. De hartcheck kijkt naar de klassieke risicofactoren, dus bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker, en wordt iedereen vanaf ongeveer 35 tot 40 jaar aangeraden, sporter of niet. Een sportmedisch onderzoek met inspanningstest en hartfilmpje kijkt naar wat er gebeurt onder belasting. Guido Vroemen benadrukt dat zo een test een momentopname blijft en een vals-negatieve uitslag kan geven, maar dat hij in zijn praktijk wel degelijk regelmatig aandoeningen opspoort.
5. Is boezemfibrilleren bij duursporters een reden om minder te gaan trainen?
Boezemfibrilleren komt duidelijk vaker voor bij oud-topsporters en langdurige duursporters, waarschijnlijk doordat de boezems jarenlang flink zijn opgerekt. Toch is er geen enkele studie die aantoont dat minder gaan trainen dat risico verlaagt, benadrukt Jurgen. Guido Vroemen wijst erop dat het om een kleine groep gaat en dat de aandoening goed te behandelen is met medicatie of een ablatie. Bij mensen die weinig bewegen verlaagt sporten het aantal episodes zelfs.
Handige bronnen en links
- De consensusrichtlijn over masteratleten met afwijkende hartbevindingen, in JACC: https://www.jacc.org/doi/10.1016/j.jacc.2026.03.025
- Dezelfde richtlijn zoals gepubliceerd in het European Heart Journal: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41947397/
- Het persbericht van het Radboudumc over de nieuwe richtlijn: https://www.radboudumc.nl/nieuws/2026/ook-actieve-sporters-kunnen-last-hebben-hart-en-vaatziekten
- Het nieuwsbericht dat de aanleiding vormde voor deze aflevering: https://nos.nl/artikel/2609384-35-plusser-die-jaren-intensief-sport-loopt-groter-risico-op-hart-en-vaatziekten
- De Nederlandse MARC-2 studie over trainingsomvang, intensiteit en kalkafzetting: https://www.ahajournals.org/doi/full/10.1161/CIRCULATIONAHA.122.061173
- De Belgische Master@Heart studie met objectief gemeten trainingsbelasting: https://www.ahajournals.org/doi/10.1161/CIRCULATIONAHA.125.077117
- De eerdere Master@Heart publicatie over plaques bij levenslange duursporters: https://academic.oup.com/eurheartj/article/44/26/2388/7069916
- Amerikaans onderzoek: meer kalk bij veel sporten, maar geen hogere sterfte: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30698608/
- Locaties waar je je hartgezondheid gratis kunt laten checken: https://www.hartstichting.nl/gezond-leven/hartcheckpunten/locaties
- Aflevering 125 met Thijs Eijsvogels over trainen voor een gezonder hart: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-6/125-trainen-voor-een-gezonder-hart-volgens-thijs-eijsvogels/
- Aflevering 258 over de lage rusthartslag die veel duursporters hebben: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/258-een-super-lage-rusthartslag-teken-van-topfit-of-ook-riskant/
- Aflevering 259 met hoogleraar Florentina Hettinga over het gebruik van kennis uit de sportwetenschap: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/259-hoe-gebruik-je-de-juiste-kennis-uit-de-sportwetenschap-volgens-hoogleraar-florentina-hettinga/
