Dit is de 276e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen het over:
NAD+ booster: werkt dit dure supplement echt?
Een NAD+ booster belooft precies wat veel sporters boven de veertig willen horen: langer jong, langer fit, langer presteren. De potjes staan inmiddels met tientallen tegelijk in de zoekresultaten, en ze zijn niet goedkoop.
Maar wat gebeurt er als je die belofte helemaal uitpelt, tot op het niveau van de molecuul zelf? Dan blijkt de vraag niet te zijn of het spul werkt. De vraag is of het probleem dat het oplost eigenlijk wel bestaat.
Wat NAD+ is, en waarom het overal in je lichaam zit
NAD+ staat voor nicotinamide adenine dinucleotide, een stof die al in 1906 werd ontdekt. Twee ringen, verbonden door twee fosfaatgroepen: 21 koolstofatomen, 27 waterstof, 7 stikstof, 14 zuurstof en 2 fosfor.
Die formule mag je meteen weer vergeten. Wat je moet onthouden is waar het zit. En dat is: overal. In elke cel, en binnen die cel zowel in de mitochondriën als in de celkern als in het cytoplasma.
Volgens Jurgen van Teeffelen is NAD+ daarmee een cofactor in vrijwel elk stukje energieproductie dat je tijdens een duurloop aanzet. In de glycolyse wordt NAD+ twee keer omgezet in NADH. In de vetzuuroxidatie gebeurt hetzelfde. En in de citroenzuurcyclus, diep in de mitochondriën, nog eens drie keer.

Al die NADH-moleculen dragen vervolgens elektronen en waterstof aan de elektronentransportketen. Daar wordt onder invloed van zuurstof uiteindelijk ADP omgezet in ATP, de energiedrager waarmee je spieren daadwerkelijk samentrekken. Hoe complex dat proces precies is, legde hoogleraar Matthijs Hesselink eerder uit in de aflevering over efficiëntere mitochondriën.
Daarnaast is NAD+ betrokken bij honderden andere enzymreacties. Genexpressie, celoverleving, het herstellen van schade aan je DNA en het opruimen van vrije radicalen, een thema dat vorige week ook langskwam in de aflevering over wat je bloed verraadt over overtraining.
Kortom: als er één stof is waarvan je wilt dat hij op orde is, is het deze.
Waarom een NAD+ booster zo logisch klinkt
En precies daar begint de marketing. De redenering gaat zo: NAD+ neemt af naarmate je ouder wordt, dus vul je het aan, dus verouder je langzamer.
Zoek er één keer op en je krijgt het meteen te lezen. Tot je dertigste zorgt je lichaam voor jou, daarna moet jij voor je lichaam zorgen, want vanaf dat moment daalt je NAD+ significant.
In de Verenigde Staten hangen mensen er inmiddels voor aan het infuus, in klinieken die een zak NAD+ door de bloedbaan laten lopen.

De eerste nuance komt van Jurgen: welk NAD+ bedoel je dan precies? Dat in de mitochondriën, dat rond het DNA in de celkern, of dat in het cytoplasma? Zolang je dat niet kunt onderscheiden, weet je ook niet wat je zou moeten aanvullen.
De tweede nuance: je maakt de stof zelf al aan, uit voorlopermoleculen die gewoon in je eten zitten. Nicotinezuur, nicotinamide, nicotinamide riboside en het aminozuur tryptofaan. Ze zitten in vitamine B3, en dus in groente, fruit en vlees. Broccoli, om er één te noemen.

De aanname die nog niemand goed had gecontroleerd
In mei 2026 publiceerde een onderzoeksgroep van het Amsterdam UMC in Nature Metabolism een studie die de hele redenering bij de wortel aanpakt. Niet de vraag of suppleren helpt, maar de vraag die daarvóór komt: klopt het eigenlijk wel dat NAD+ daalt met de leeftijd?
De onderzoekers bouwden eerst een meetmethode die betrouwbaar genoeg was, met vloeistofchromatografie gekoppeld aan hoge-resolutie massaspectrometrie. Daarna maten ze NAD+ in volbloed van zeven onafhankelijke cohorten. Jong tegenover oud. Jonge atleten. Ouderen die drie maanden gingen bewegen. Ouderen op een eiwitrijk dieet.
De uitkomst: geen enkel verband. Niet met leeftijd, niet met leefstijl, niet met getraindheid.
Dat het niet aan de gevoeligheid van de meting lag, blijkt uit dezelfde studie. Wie nicotinamide riboside slikte, liet wél een duidelijke stijging in het bloed zien. De methode ziet dus precies wat hij moet zien. Hij ziet alleen het leeftijdseffect niet, omdat dat er niet is.
Er zit nog een tweede bevinding in die minstens zo interessant is. NAD+ blijkt buitengewoon kwetsbaar. Een bloedmonster invriezen en weer ontdooien verlaagt de gemeten waarde al fors, en elke extra vries-dooicyclus haalt er meer af.
Dat maakt een flink deel van de oudere literatuur verdacht. In veel publicaties staat namelijk niet eens beschreven hoe lang een monster is ingevroren, of hoe vaak.
Belangrijk is wel wat je hier precies uit mag concluderen. Niet dat het allemaal onzin is. Wel dat de aanname waarop de hele markt rust, tot nu toe niet is vastgesteld. Hoe ouder worden en prestatie zich wél tot elkaar verhouden, kwam eerder aan bod in de aflevering over ouder worden en fit blijven.
Komt een NAD+ booster überhaupt aan?
Er is nog een praktisch probleem, en dat komt vóór de vraag of het werkt.
NAD+ zelf wordt snel afgebroken, ook in je maagdarmkanaal. Een pil met NAD+ erin bereikt je weefsels waarschijnlijk helemaal niet. Vandaar dat sommige fabrikanten het inpakken in lipiden, om langs het maagzuur te komen, en dat andere aanbieders meteen naar het infuus grijpen.
Wie dat weet, kijkt anders naar zo’n schermvol potjes. Op de meeste staat gewoon NAD+, soms NADH, soms NMN. Dat laatste, nicotinamide mononucleotide, is een voorlopermolecuul dat de opnameroute wél kan nemen. Het is ook de duurste variant.
Wat het onderzoek bij mensen laat zien
Er is bij mensen verrassend weinig onderzoek gedaan, en juist daarom loont het om de drie belangrijkste studies helemaal uit te pellen. Want het verschil zit hem in wie er meedeed, hoe lang, en waarop er precies is gemeten.
Het meest opvallende resultaat komt uit Griekenland. Twaalf jonge en twaalf oude mannen kregen eenmalig 500 mg nicotinamide riboside of een placebo, met een meting twee uur later. Bij de ouderen ging de isometrische piekkracht 8 procent omhoog en werd de vermoeidheidsindex 15 procent beter.
Dat klinkt als een reden om te bestellen, tot je verder leest. De VO₂max veranderde niet en de concentrische kracht evenmin. Bij de jonge mannen gebeurde er helemaal niets, op geen enkele uitkomstmaat.
Dichter bij de praktijk van de duursporter komt een Chinese studie onder 48 recreatieve hardlopers van het Guangzhou Pearl River hardloopteam. Zij slikten zes weken lang NMN in drie doseringen, naast een groep die een placebo kreeg, en trainden allemaal vijf tot zes keer per week.
Daar zag men het vermogen bij de eerste en de tweede ventilatoire drempel sterker stijgen, wat wij de aerobe en de anaerobe drempel noemen. Alleen wel bij 600 en 1200 mg per dag, en niet bij de laagste dosering. De VO₂max bewoog in geen enkele groep.
De derde studie kijkt naar een heel andere groep: tachtig gezonde volwassenen tussen de veertig en vijfenzestig, die zestig dagen NMN namen. Hun NAD+ in het bloed steeg, het spul bleek veilig, en de afstand op de zesminutenwandeltest nam significant meer toe dan bij placebo.
Dat is het sterkste positieve signaal uit deze hele aflevering, en het verdient een eerlijke lezing. Een wandeltest van zes minuten is bedoeld als grove maat voor de conditie van ouderen. Het is geen voorspeller van jouw tempo op de halve marathon.
En dan is er nog iets waar je bij dit soort onderzoek altijd naar moet kijken. Zoals hoogleraar Florentina Hettinga eerder uitlegde in de aflevering over het juist gebruiken van sportwetenschap, gaat het er niet alleen om of de pillen er hetzelfde uitzien.
Het gaat er ook om wat de onderzoekers zelf weten, en hoe zij de studie aan hun proefpersonen uitleggen. Bij een stof die vooraf wordt aangekondigd als antiverouderingsmiddel, is dat geen detail maar een kernprobleem.
Wat twee reviews ervan maken
Twee overzichtsstudies hebben alles bij elkaar gelegd.
De Australische review, gericht op trainingsadaptatie, is kort. Er is geen bewijs dat NAD+ therapeutica bij gezonde, jonge atleten iets doen met de sportprestatie, de trainingsadaptatie of de stofwisseling. En de reden die de auteurs erbij geven, is fundamenteler: er zijn nul aanwijzingen dat gezonde, sportieve mensen een tekort aan NAD+ hebben.
De tweede review legt de vinger op het meetprobleem. We doen alsof NAD+ een vast getal is, maar het schommelt enorm, en juist tijdens inspanning het hardst. Precies dat dynamische verloop is bijna onmogelijk te meten.
Daar komt een methodologisch bezwaar bij dat elke sporter zou moeten kennen. In vrijwel alle studies wordt het supplement samen met een trainingsprogramma gegeven, nooit apart. Daardoor kun je het effect van het potje niet losmaken van het effect van de training.
De beste NAD+ booster zit al in je trainingsschema
En dan draait de conclusie zich om. Want wat blijkt uit diezelfde reviews wél overtuigend vast te staan?
Regelmatig trainen stimuleert de aanmaakroutes van NAD+ in je spierweefsel. Bij jonge mensen en bij oudere mensen. Beweging is daarmee het best gedocumenteerde antiverouderingsmiddel dat er is, en het staat al in je agenda.
Dat is het ongemakkelijke antwoord op een dure vraag. Een jaarabonnement op zo’n potje kost ongeveer wat een goede loopschoen kost, voor een effect dat bij gezonde sporters nergens is aangetoond.
Praktische take-aways
Stel eerst de tekortvraag, pas daarna de werkingsvraag
Bij elk supplement geldt dezelfde volgorde: heb je er een tekort aan, kun je meten of het aankomt, hoe neem je het in, en doet het dan iets voor je sport? Bij NAD+ strandt het al bij vraag één.
Concreet: voordat je een supplement bestelt, zoek je één publicatie op waarin is vastgesteld dat sporters zoals jij een tekort hebben. Vind je die niet, dan stopt het daar.
Lees een positief studieresultaat door tot wie, hoeveel en waarop
Acht procent meer kracht klinkt indrukwekkend. Tot je ziet dat het om isometrische kracht ging, bij twaalf oudere mannen, twee uur na één pil, zonder enig effect op de VO₂max en zonder enig effect bij jongere deelnemers.
Concreet: bij het volgende artikel dat langskomt op sociale media zoek je drie dingen op voordat je het deelt. Hoeveel proefpersonen, welke test precies, en was er een groep die alleen trainde?
Zet je geld op wat wel bewezen is
Krachttraining naarmate je ouder wordt, voldoende eiwit en gewoon blijven trainen doen aantoonbaar wat een NAD+ booster belooft. Over die eiwitinname ging eerder de aflevering over gezond en fit ouder worden met alternatieve eiwitbronnen.
Concreet: plan deze week twee krachttrainingen van dertig minuten, en zet er een portie groente naast waar vitamine B3 in zit. Dat is de goedkoopste NAD+ booster die er bestaat.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Wat is NAD+ en waarom is het belangrijk voor sporters?
NAD+ staat voor nicotinamide adenine dinucleotide, een stof die in 1906 werd ontdekt en in vrijwel elke cel van je lichaam zit. Jurgen van Teeffelen legt uit dat het een cofactor is in de glycolyse, de vetzuuroxidatie en de citroenzuurcyclus. Zonder NAD+ komt er dus geen ATP uit je mitochondriën, en zonder ATP trekt geen enkele spier samen. Daarnaast speelt het een rol bij genexpressie, het herstellen van DNA-schade en het opruimen van vrije radicalen.
2. Wat doet een NAD+ booster volgens het onderzoek met je sportprestatie?
Bij gezonde, getrainde sporters is er tot nu toe geen effect aangetoond. Een Australische review over trainingsadaptatie concludeert dat NAD+ therapeutica niets doen met de sportprestatie, de trainingsadaptatie of de stofwisseling van gezonde atleten. De belangrijkste reden die de auteurs geven, is dat er geen enkele aanwijzing bestaat dat sportieve mensen een tekort aan NAD+ hebben. De positieve resultaten die er zijn, komen vooral van oudere en minder getrainde deelnemers.
3. Waarom daalt NAD+ misschien helemaal niet als je ouder wordt?
Een onderzoeksgroep van het Amsterdam UMC publiceerde in mei 2026 in Nature Metabolism metingen bij zeven onafhankelijke cohorten. Zij vonden geen verband tussen NAD+ in het bloed en leeftijd, leefstijl of getraindheid. De verklaring voor eerdere tegenstrijdige resultaten ligt volgens hen in de meting zelf: NAD+ is zo kwetsbaar dat invriezen en ontdooien de gemeten waarde al fors verlaagt. Veel oudere studies vermelden niet eens hoe hun bloedmonsters bewaard zijn.
4. Welke soorten NAD+ supplementen bestaan er en wat is het verschil?
Op de potjes staat afwisselend NAD+, NADH, NMN of nicotinamide riboside. Dat verschil is niet cosmetisch. NAD+ zelf wordt volgens Jurgen snel afgebroken in het maagdarmkanaal en bereikt je weefsels waarschijnlijk nauwelijks, wat verklaart waarom sommige aanbieders naar een infuus of naar inkapseling in lipiden grijpen. De voorlopermoleculen NMN en nicotinamide riboside kunnen de opnameroute wel nemen. Zij zijn ook duidelijk duurder, en het meeste humane onderzoek is met die twee gedaan.
5. Waarom zeggen resultaten uit muizenonderzoek zo weinig over sporters?
Het metabolisme van een muis is fundamenteel anders dan dat van een mens, zegt Jurgen. De hartslag ligt hoger, het dag-nachtritme verschilt en het dier leeft veel korter. Daar komt bij dat in vrijwel alle NAD+ studies het supplement samen met een trainingsprogramma is gegeven, en nooit apart. Daardoor kun je het effect van het middel niet losmaken van het effect van de training. Dat bezwaar noemt ook een van de twee reviews expliciet.
6. Wat is de beste manier om je NAD+ op peil te houden?
Trainen. Uit beide reviews komt naar voren dat regelmatige inspanning de aanmaakroutes van NAD+ in je spierweefsel stimuleert, bij jonge en bij oudere mensen. Beweging is daarmee het best gedocumenteerde antiverouderingsmiddel dat er is. Daarnaast maakt je lichaam NAD+ zelf aan uit voorlopermoleculen die gewoon in je eten zitten, via vitamine B3 en het aminozuur tryptofaan. Denk aan groente, fruit en vlees, waaronder de broccoli waar Jurgen zo dol op is.
Handige bronnen en links
- De studie van het Amsterdam UMC in Nature Metabolism over NAD+ in het bloed: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/42135539/
- De Australische review over NAD+ en trainingsadaptatie: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9734213/
- Het overzichtsartikel over sport, bewegen en NAD+: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36599416/
- De Griekse studie naar nicotinamide riboside bij jonge en oude mannen: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30725213/
- De Chinese studie naar NMN bij recreatieve hardlopers: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34238308/
- De Singaporese studie naar NMN bij tachtig volwassenen van veertig tot vijfenzestig: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36482258/
- Aflevering 275, over wat je bloed verraadt bij overtraining: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-14/275-overtraining-herkennen-wat-je-bloed-verraadt
- Aflevering 259, met Florentina Hettinga over het juist gebruiken van sportwetenschap: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/259-hoe-gebruik-je-de-juiste-kennis-uit-de-sportwetenschap-volgens-hoogleraar-florentina-hettinga/
- Aflevering 148, met Matthijs Hesselink over efficiëntere mitochondriën: https://slimmer-presteren-podcast.nl/sportvoeding/148-meer-energie-tijdens-het-sporten-door-efficientere-mitochondrien/
- Aflevering 244, over gezond en fit ouder worden met alternatieve eiwitbronnen: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-12/244-gezond-en-fit-ouder-worden-met-alternatieve-eiwitbronnen-volgens-lotte-koopmans/
- Aflevering 271, over sporten tijdens de overgang met Dorenda van Dijken: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/271-slimmer-presteren-tijdens-de-overgang-volgens-gynaecoloog-dorenda-van-dijken/
- Aflevering 18, over ouder worden en fit blijven: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-1/ouder-worden-en-fit-blijven-hoe-doe-je-dat/
