Dit is de 259e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:
Sportwetenschap in de praktijk: hoe betrouwbaar is dat onderzoek echt?
Je ziet een flitsende grafiek, een term als bio-keramische infraroodreflectie en een belofte dat je herstel met dertig procent verbetert. Het klinkt wetenschappelijk onderbouwd, dus het zal wel waar zijn, toch?
De werkelijkheid is dat veel van deze claims gebaseerd zijn op flinterdun bewijs dat in de marketingmachine is beland. Maar hoe komt het dat sportwetenschap zo makkelijk misbruikt wordt voor spectaculaire koppen? En belangrijker nog: hoe weet je als kritische sporter wat je nog wel kunt geloven?
We bespraken de betrouwbaarheid van sportonderzoek uitgebreid met Florentina Hettinga, hoogleraar en hoofd van de afdeling Bewegingswetenschappen aan de VU.
De verleiding van de snelle conclusie in sportonderzoek
In de podcast proberen we altijd de nuance te vinden, maar we zien dat de buitenwacht vaak aan de haal gaat met een enkel spectaculair resultaat zonder naar de kleine lettertjes te kijken. Florentina legt uit dat veel sportonderzoek wordt gedaan met kleine groepen, vaak jonge mannelijke studenten, in een strak gecontroleerd laboratorium. Dat is logisch voor de wetenschap, want je wilt ruis uitsluiten.
Maar als jij als dertigplusser in de regen een intervaltraining op de fiets doet, zijn die labcondities ver te zoeken. De vertaling van sportwetenschap naar de praktijk is een stuk minder rechtlijnig dan veel influencers ons willen doen geloven. Soms is een effect in het lab simpelweg een resultaat van de specifieke setting en niet direct een wondermiddel voor elke duursporter.
Waarom een enkele studie nog geen hard bewijs is
Een van de grootste struikelblokken in de huidige sportwetenschap is wat we de replicatiecrisis noemen. Het klinkt misschien zwaar, maar het komt erop neer dat als je een onderzoek precies hetzelfde overdoet, de uitkomst vaak anders is. Dat is geen schande, maar het dwingt ons wel tot bescheidenheid.
Florentina benadrukt dat een enkele studie eigenlijk alleen maar een interessante aanwijzing is, een puzzelstukje. Pas als meerdere onderzoekers onafhankelijk van elkaar hetzelfde vinden, beginnen we ergens te komen.
We hebben het in eerdere afleveringen ook al eens gehad over het placebo-effect of supplementen zoals bietensap. Vaak zie je dat het geloof in een methode minstens zo krachtig is als de fysiologische werking ervan, iets wat in de sportpraktijk overigens best nuttig kan zijn, zolang je het maar weet.
Zo filter je de ruis voor je eigen training
Hoe wapen je jezelf tegen de stortvloed aan informatie? Volgens Florentina begint de betrouwbaarheid van sportonderzoek bij transparantie, ook wel Open Science genoemd. We moeten niet alleen kijken naar de glimmende conclusie in een tijdschrift, maar ook naar hoe het onderzoek is opgezet en of de data eerlijk gedeeld worden op platforms zoals Figshare.
Voor ons als sporters betekent dit dat we kritisch moeten blijven kijken naar wie iets roept en met welk doel. Een meta-analyse, waarbij de resultaten van heel veel verschillende onderzoeken op een hoop worden gegooid, geeft een veel eerlijker beeld dan die ene sensationele tweet over een nieuw wondermiddel. Het is misschien minder sexy dan een revolutionaire ontdekking, maar het is wel waar je in de praktijk echt iets aan hebt.
Uiteindelijk is wetenschap geen religie waar je blind in moet geloven, maar een gereedschapskist die constant wordt aangevuld en verbeterd. We hopen dat dit gesprek met Florentina helpt om met een wat nuchtere blik naar je eigen training en de adviezen die je krijgt te kijken.
Het is niet erg om te twijfelen, sterker nog, het maakt je waarschijnlijk een slimmere sporter. Want pas als je de nuance begrijpt, kun je echt gericht aan de slag met wat voor jou echt werkt.
Praktische take-aways
- Gebruik wetenschap als inspiratie voor je eigen experimenten, maar blijf kritisch op wat een merkbare impact heeft op jouw prestaties.
- Pin je nooit vast op een enkele studie; zoek naar consensus in meta-analyses waarin meerdere onderzoeken zijn meegenomen.
- Wees je ervan bewust dat resultaten uit een gecontroleerd lab niet direct vertalen naar jouw specifieke trainingssituatie buiten op de weg.
- Check bij spectaculaire claims of de methode transparant is en of er geen commercieel belang achter de boodschap zit.
Hoe bepaalt de Slimmer Presteren Podcast welke wetenschappelijke bronnen zij vertrouwen?
Tijdens de afleveringen horen we ook de vraag van Victor, die zich dit afvraagt. Daarom heeft Jurgen daar het volgende over geschreven:
Lijst van belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften (journals) waar de SPP zijn artikelen en studies vandaan haalt:
PubMed vormt de basis zoekmachine waarin alle relevante biomedische artikelen te vinden zijn. Hierin kun je zoeken op onderwerp of auteur en filteren op soort artikel (review, meta-analyse, et cetera), waarna een lijst verschijnt met potentieel interessante studies. Die kun je een voor een aanklikken waarna je het abstract te lezen krijgt en toegang tot het hele artikel via het tijdschrift waarin het gepubliceerd is. Zie https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/
Dit lukt sowieso voor alle ‘Open Access’ tijdschriften, bij andere moet je soms een abonnement hebben of kun je het aanvragen via Research Gate bij de desbetreffende auteur. (Of je hebt contacten bij een universiteit(sbibliotheek) die op bijna alle tijdschriften wel een abonnement heeft). Zie https://www.researchgate.net/
Voor de kwaliteit van een tijdschrift kun je afgaan op de ‘Science Citation Index’, ‘H-index’ of de SCI Journal Rank, zie bijvoorbeeld: https://www.scimagojr.com/journalrank.php?category=3699&order=sjr&ord=desc
Over het algemeen geldt: hoe hoger de ranking, hoe beter het tijdschrift. Maar zoals je ziet heeft elk tijdschrift ook weer zijn eigen specialistische onderwerpen, zoals fysiologie, sportgeneeskunde, traumatologie, sportpsychologie etc.
De Slimmer Presteren Podcast komt, op basis van de ruim 250 afleveringen tot nu toe, hierbij het vaakst uit op de volgende tijdschriften:
Sports Medicine – https://link.springer.com/journal/40279
British Journal of Sports Medicine – https://bjsm.bmj.com/
Journal of Physiology – https://physoc.onlinelibrary.wiley.com/journal/14697793
American Journal of Physiology – https://journals.physiology.org/
Journal of Applied Physiology – https://journals.physiology.org/journal/jappl
Scandinavian Journal of Medicine & Science in Sports – https://onlinelibrary.wiley.com/journal/16000838
Medicine & Science in Sports & Exercise – https://journals.lww.com/acsm-msse
Journal of Strength and Conditioning Research – https://journals.lww.com/nsca-jscr
Frontiers in Physiology – https://www.frontiersin.org/journals/physiology
European Journal of Sports Science – https://www.tandfonline.com/toc/tejs20/current
International Journal of Sports Physiology and Performance – https://journals.humankinetics.com/view/journals/ijspp/ijspp-overview.xml
En heel af en toe halen we een studie aan uit een ‘topjournal’ als:
Science – https://www.science.org/journal/science
Nature – https://www.nature.com/nature/
Scientific Reports – https://www.nature.com/srep/
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Wat is de werkelijke impact van de replicatiecrisis op de geloofwaardigheid van de sportwetenschap?
Florentina Hettinga stelt dat we de replicatiecrisis niet moeten zien als een diskwalificatie van het vakgebied, maar als een broodnodige reality check. Voor de jonge sportwetenschapper betekent dit dat het publiceren van een enkel spectaculair resultaat minder zwaar weegt dan het leveren van reproduceerbaar werk.
We bespreken met haar dat een onderzoek pas echt waarde krijgt als vakgenoten in een andere setting tot dezelfde conclusies komen. Het dwingt onderzoekers om bescheidener te zijn in hun claims en de focus te verleggen van sensatie naar robuustheid, wat de betrouwbaarheid op de lange termijn juist versterkt.
2. Wat zijn de belangrijkste barrières bij de vertaling van wetenschappelijke data naar de dagelijkse trainingspraktijk?
Het grote probleem zit volgens Florentina in de overstap van de gecontroleerde labomgeving naar de grillige buitenwereld. Veel onderzoeken worden uitgevoerd met een homogene groep proefpersonen, vaak fitte mannelijke studenten, onder ideale omstandigheden.
Als jonge onderzoeker wil je die data graag direct toepasbaar maken voor iedereen, maar we leerden in dit gesprek dat die vertaling zelden één-op-één werkt. De ruis van het dagelijks leven, zoals weeromstandigheden of individuele fysiologie, wordt in het lab vaak weggefilterd. Het herkennen van die beperkingen is volgens de hoogleraar essentieel om sportwetenschap relevant te houden voor de praktijk.
3. Wat betekent de beweging richting Open Science concreet voor de manier waarop we sportonderzoek consumeren?
Open Science is volgens Florentina Hettinga veel meer dan alleen een modewoord; het is een fundamentele verandering in de wetenschappelijke cultuur. Voor onderzoekers betekent dit dat ze hun data en methoden transparant moeten delen op platforms zoals Figshare.
Hierdoor kunnen anderen het werk controleren en erop voortbouwen, wat de kans op verborgen fouten verkleint. We merkten in het gesprek dat dit voor de nieuwe generatie wetenschappers de standaard wordt.
Als consument van sportkennis kun je hierdoor beter beoordelen of een claim ergens op gebaseerd is of dat de onderliggende data verborgen blijven achter een commerciële betaalmuur.
4. Wat maakt sportwetenschap zo vatbaar voor de verspreiding van onvolledige of overdreven claims?
De combinatie van een enorme commerciële markt en de menselijke drang naar een snelle oplossing maakt sportwetenschap kwetsbaar. Florentina wijst erop dat marketingafdelingen vaak alleen de spectaculaire uitschieters uit een onderzoek pakken en die presenteren als de nieuwe waarheid.
In de podcast bespreken we hoe dit mechanisme werkt: nuance verkoopt simpelweg minder goed dan een revolutionaire ontdekking. Voor een jonge wetenschapper is het de uitdaging om in die dynamiek vast te houden aan de feiten. We moeten kritisch blijven kijken naar de bron en de context waarin een resultaat wordt gepresenteerd, zeker op sociale media.
5. Wat is de beste manier om als kritische sporter de waarde van een nieuw trainingsinzicht te beoordelen?
Florentina adviseert om vooral te kijken naar meta-analyses in plaats van naar losse studies. Een meta-analyse voegt de data van talloze onderzoeken samen en filtert zo de toevallige uitschieters eruit. Voor de sporter die niet dagelijks in de boeken duikt, is dit de gouden standaard.
Daarnaast bespraken we dat je altijd moet vragen wie het onderzoek heeft gefinancierd en of de resultaten breed gedragen worden door andere experts. Wetenschap is een continu gesprek en pas als er consensus ontstaat over een langere periode, kun je met een gerust hart je trainingsschema er echt op aanpassen.
Handige bronnen en links
- Alle publicaties van Florentina Hettinga: https://www.amsterdamumc.org/en/research/researchers/florentina-hettinga.htm
- Sportgericht nummer 5 van 2025 waarin aandacht voor de replicatiecrisis in de sportwetenschap (pagina 21): https://sport-gericht.nl/site/assets/files/1535/pr_sportgericht_05-2025_compleet.pdf
- De originele replicatiestudie: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40522610/
