Categorieën
Seizoen 13 Training en herstel

256. Goed trainen maar ook goed slapen: hoe pak je dit slim aan?

Home » Afleveringen

Dit is de 256e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sporten en slapen: het groene balkje versus de goede nachtrust

We proberen elke dag weer die complexe puzzel te leggen: werk, gezin en dan ook nog onze ambities als duursporter. In de praktijk schuiven die broodnodige trainingen daardoor vaak naar de late avonduren. We vinken die groene balkjes in ons logboek graag af, maar we vragen ons in deze aflevering af wat de prijs is die we hiervoor betalen. De relatie tussen sporten en slapen ligt namelijk een stuk genuanceerder dan we eerder dachten.

Voortschrijdend inzicht: van het lab naar de praktijk

In aflevering 146 concludeerden we nog, op basis van onderzoek in slaaplaboratoria, dat sporten in de avond eigenlijk nauwelijks invloed heeft op je nachtrust. Maar we hebben inmiddels voortschrijdend inzicht. Jurgen dook voor deze aflevering in nieuwe, grootschalige data van tienduizenden gebruikers van wearables zoals Whoop en Withings.

Wat blijkt? In de echte wereld, buiten de muren van een gecontroleerd lab, zien we wel degelijk een effect. Hoewel de verschillen per nacht relatief klein lijken, is de trend onmiskenbaar: wanneer we binnen vier uur voor het slapengaan intensief sporten, gaat dat ten koste van de slaapduur en keldert de hartslagvariabiliteit (HRV). Onze hartslag in rust blijft gedurende de nacht hoger, wat simpelweg betekent dat het lichaam nog niet klaar is met de inspanning terwijl we al hopen te herstellen.

Wanneer het autonome zenuwstelsel de noodrem aantrekt

Dat de balans tussen sporten en slapen geen theoretisch concept is, merkte Gerrit onlangs op een nogal hardhandige manier. Na een periode van hoge belasting en een zware training trok zijn systeem letterlijk de stekker eruit en viel hij flauw. We bespreken hoe dit soort vegetatieve reacties laten zien dat de rek er volledig uit kan zijn.

We zijn vaak zo gefocust op onze trainingscijfers dat we de fundamentele signalen van ons eigen lijf negeren. Als je systeem al onder druk staat door werk of stress, kan die extra avondtraining net de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Gerrit kreeg hiermee een pijnlijke les in hoe het autonome zenuwstelsel uiteindelijk altijd het laatste woord heeft.

Waarom een gemiste training soms je beste investering is

Samen met Guido Vroemen maken we de vertaling naar de dagelijkse praktijk. We moeten stoppen met het los zien van training en herstel; een training is pas geslaagd als we deze ook daadwerkelijk kunnen verwerken. We leggen uit waarom het soms slimmer is om een training over te slaan ten gunste van een uur extra slaap.

Consistentie is het toverwoord in de sportwetenschap, maar dat geldt voor je slaappatroon net zo hard als voor je wekelijkse kilometers. We kijken met Guido naar de waarde van de Body Battery en waarom een hersteld lichaam onderaan de streep altijd meer oplevert dan een extra groen balkje in TrainingPeaks.

Uiteindelijk is slaap het meest effectieve en goedkoopste herstelmiddel dat we tot onze beschikking hebben. Door kritisch te kijken naar de timing van je inspanning en te luisteren naar wat je horloge vertelt over je nachtrust, voorkom je dat je jezelf voorbijloopt. We hopen je met deze aflevering te inspireren om slaap vaker te zien als een essentieel onderdeel van je trainingsschema, in plaats van als de sluitpost van je dag.

Praktische Take-aways

  • Waar laboratoriumonderzoek weinig effect vond, laat data uit de praktijk zien dat intensieve trainingen binnen vier uur voor bedtijd de slaapkwaliteit wel degelijk negatief beïnvloeden.
  • Leer luisteren naar de signalen van je autonome zenuwstelsel; signalen zoals extreme vermoeidheid of duizeligheid wegen zwaarder dan welk trainingsschema dan ook.
  • Gebruik de data van je wearable, zoals je Body Battery of slaapscore, als een objectieve raadgever of een late training op dat moment wel verstandig is.
  • Consistentie in je slaaptijden is voor je sportieve progressie op de lange termijn net zo cruciaal als de consistentie in je fysieke trainingen.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Tot hoe laat kun je s avonds nog intensief sporten zonder je slaap te verpesten?
Jurgen legt in deze aflevering uit dat een zware inspanning binnen vier uur voor het slapengaan directe gevolgen heeft voor je herstel. De data van duizenden wearables laat zien dat je hartslag in rust gedurende de nacht hoger blijft en de hartslagvariabiliteit (HRV) flink daalt.

Hoewel we na zo een sessie vaak fysiek uitgeput zijn en snel in slaap vallen, is de werkelijke herstelwaarde van die slaap een stuk minder. Je lichaam is simpelweg nog te druk met de actieve naverbranding van de training om echt diep tot rust te komen.

2. Waarom slaap ik slecht na het hardlopen terwijl ik wel heel moe ben?
In een eerdere aflevering concludeerden we nog dat avondtraining weinig kwaad kon, gebaseerd op onderzoek in een gecontroleerd slaaplab. Jurgen deelt nu het voortschrijdend inzicht uit grootschalig onderzoek onder tienduizenden sporters.

In de echte wereld, waar we ook te maken hebben met werkstress en de hectiek van alledag, zien we wel degelijk een negatief effect van laat sporten op de slaapduur. Je bent fysiek wel moe, maar je autonome zenuwstelsel staat nog te veel in de actiestand om de overgang naar een kwalitatieve diepe slaap te maken.

3. Wat zijn de signalen dat je lichaam een zware training niet meer aankan?
Gerrit deelt zijn persoonlijke ervaring waarbij hij letterlijk flauwvalt na een periode van extreme belasting. Guido Vroemen legt uit dat dit een reactie is van het autonome zenuwstelsel, dat de controle over basisfuncties verliest wanneer de rek er volledig uit is. Dit noemen we ook wel een vegetatieve reactie.

Het onderstreept dat sporten en slapen een delicate balans vormen. Als je de signalen van oververmoeidheid of duizeligheid stelselmatig wegwuift en toch blijft doortrainen in de late uren, trekt je systeem uiteindelijk zelf aan de noodrem.

4. Hoe gebruik je de Body Battery van Garmin om te bepalen of je nog moet trainen?
Guido adviseert om kritisch naar je eigen data te kijken voordat je die late intervallen start. Als je ziet dat je Body Battery aan het begin van de avond al nagenoeg leeg is, levert een extra training je waarschijnlijk meer schade dan rendement op.

De data van je horloge fungeert in dat geval als een objectieve raadgever die je helpt om niet alleen naar je schema te kijken, maar ook naar je werkelijke herstelcapaciteit op dat moment. Soms is de meest effectieve training voor je marathon simpelweg een uur eerder naar bed gaan.

5. Wat is de beste training voor de late avond als je toch je nachtrust wilt bewaken?
Wanneer een late sessie onvermijdelijk is, wijst Jurgen op de intensiteit als de belangrijkste knop om aan te draaien. Een rustige duurloop heeft een veel minder grote impact op je autonome zenuwstelsel dan een intervaltraining op hoge intensiteit.

Als je merkt dat sporten en slapen bij jou vaker conflicteren, probeer dan de zware prikkels naar het weekend of de vroege ochtend te verplaatsen. Zo geef je je lichaam de ruimte om de nacht te gebruiken waarvoor deze bedoeld is: herstellen van de dag in plaats van het verwerken van een late prikkel.

Video over is die late training je nachtrust wel waard?

https://www.youtube.com/watch?v=dT0WhH9Mi6Q

Categorieën
Hardlopen Interview met gast Seizoen 13 Training en herstel Training marathon

255. Onderzoeker Ellen Ricke over consistent trainen: hoe hou je het vol?

Home » Afleveringen

Dit is de 255e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

De kunst van het blijven staan: Hoe je echt consistent traint

Het is eind februari en we zitten er weer middenin: de maand van de grote ambities. De fietspaden en de trails zijn druk, de sportscholen puilen uit. We spreken onszelf allemaal toe dat dit het jaar is waarin we geen enkele training overslaan. Maar eerlijk is eerlijk, we weten ook hoe kwetsbaar die belofte is.

In de loop van de jaren hebben we in de Slimmer Presteren Podcast al vaak gezien dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. Of het nu een drukke werkweek is of een lijf dat even niet meewerkt, zoals Gerrit deze maand zelf merkte toen de vermoeidheid toesloeg.

In deze aflevering zoeken we uit waarom het zo lastig is om de draad vast te houden. Dat doen we met Ellen Ricke, die promoveerde op wat in de medische wereld “therapietrouw” heet, maar wat wij simpelweg vertalen als: doen wat je van plan was.

Waarom motivatie een slechte raadgever is

We denken vaak dat we meer ruggengraat nodig hebben als we een training overslaan. Als we die intervallen niet doen, voelt dat als een gebrek aan discipline. Maar volgens Ellen moeten we die focus op motivatie een beetje loslaten. Motivatie is namelijk een nogal grillige vriend die er vaak niet is als het regent of als je moe bent.

We hebben het in onze gesprekken vaker over de omgeving gehad en Ellen bevestigt dat. Het gaat er niet om dat je harder voor jezelf bent, maar dat je het jezelf makkelijker maakt. Dat kan zitten in sociale steun of de relatie met een coach, maar vooral in het besef dat een gemiste training geen moreel falen is.

De nuance zit hem in het accepteren dat het leven soms simpelweg in de weg zit.

De bevrijdende kracht van de 80 procent-regel

Een van de meest verfrissende inzichten uit het gesprek met Ellen is de 80 procent-regel. We zijn als fanatieke sporters vaak pas tevreden als we een schema voor de volle honderd procent afvinken. Maar de wetenschap is daar verrassend mild over. Als je driekwart tot tachtig procent van je geplande werk doet, pak je bijna alle winst al mee.

Die laatste twintig procent levert vaak meer stress en risico op overbelasting op dan dat het je echt sneller maakt. Voor ons is dit een belangrijke relativering. Het geeft ruimte om een keer te schuiven of een rustdag te nemen zonder dat je direct bang hoeft te zijn dat je vorm instort. Het gaat om de grote lijn, niet om die ene gemiste sessie op een dinsdagavond.

Kan een algoritme jouw vermoeidheid begrijpen

Tegenwoordig laten we ons steeds vaker leiden door techniek. We gebruiken apps die met slimme algoritmes uitrekenen wat we die dag moeten doen. Het idee is dat AI ons beter kent dan wij onszelf, op basis van onze slaapcijfers en hartslagvariabiliteit.

Maar daar zit ook een gevaar. Een app ziet niet dat je hoofd vol zit of dat je een zware dag achter de rug hebt die niet in cijfers te vangen is. We vragen ons af of die digitale coaches de menselijke maat niet uit het oog verliezen. Soms is het volgen van een algoritme juist een vorm van blinde discipline die je eerder richting een burn-out helpt dan naar een PR. Het blijft een hulpmiddel, geen heilige wet.

De running streak: discipline of dwang

Luisteraare Jacco vertelt over zijn running streak: elke dag ten minste een kwartier hardlopen. Het is een beproefde methode om regelmaat af te dwingen omdat je de discussie met jezelf uitschakelt. Je gaat gewoon, want dat is de afspraak.

We zien dat dit voor veel sporters werkt om drempels te verlagen en het herstelvermogen te prikkelen. Maar we moeten ook kritisch blijven. Wanneer slaat een gezonde gewoonte over in een obsessie? Als je met een beginnende blessure toch naar buiten gaat alleen maar om je streak in stand te houden, ben je niet meer slimmer aan het presteren.

Consistentie is belangrijk, maar het moet wel ergens toe leiden. Soms is de moedigste training de training die je niet doet.

Praktische Take-aways

  • Hanteer de 80 procent-regel: Je hoeft geen 100 procent van je schema te halen om beter te worden; 75 tot 80 procent is vaak al genoeg voor significante progressie.
  • Kijk verder dan motivatie: Richt je omgeving zo in dat sporten de makkelijkste optie wordt en reken jezelf niet af op een gebrek aan discipline als het een keer tegenzit.
  • Gebruik techniek als raadgever, niet als baas: Apps en AI kunnen handige inzichten geven, maar blijf altijd luisteren naar je eigen gevoel en de context van je dagelijks leven.
  • Houd je doel voor ogen: Of je nu een running streak doet of een strak schema volgt, vraag je regelmatig af of de methode je nog helpt of dat het een moetje is geworden dat je uitput.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat verstaat expert Ellen Ricke onder de term therapietrouw voor een sporter?
Hoewel therapietrouw klinkt als een term uit de spreekkamer van de dokter, legt Ellen Ricke uit dat dit in de sport simpelweg draait om het doen wat je met jezelf of je coach hebt afgesproken. In haar onderzoek ziet ze dat dit verder gaat dan alleen maar ijzeren discipline. Het is een samenspel tussen je eigen motivatie, de steun van je omgeving en de haalbaarheid van je plan.

Ellen benadrukt dat we vaak te streng voor onszelf zijn als een training niet lukt, terwijl de oorzaak vaak in de omgevingsfactoren ligt in plaats van in een gebrek aan ruggengraat.

2. Wat is het wetenschappelijke fundament achter de 80 procent-regel bij consistentie?
De neiging om elk blokje in TrainingPeaks groen te willen kleuren is herkenbaar, maar volgens Ellen Ricke hoeft dat helemaal niet voor een optimaal resultaat. Ze stelt dat je bij een naleving van ongeveer 75 tot 80 procent van je schema al het overgrote deel van de beoogde progressie pakt.

Die laatste twintig procent levert in de praktijk vaak meer stress en risico op blessures op dan extra conditie. Jurgen vult aan dat deze nuance cruciaal is voor de duursporter die ook een baan en een gezin heeft; rust en flexibiliteit zijn ook een wezenlijk onderdeel van de training.

3. Wat is de grootste valkuil van het trainen met AI-gestuurde apps?
Ellen ziet dat apps en algoritmes een krachtig hulpmiddel kunnen zijn, maar ze missen vaak de context van het dagelijks leven. Een app ziet je hartslagvariabiliteit wel, maar weet niet dat je een emotioneel zware dag hebt gehad of slecht hebt geslapen door stress op je werk. Als je dan blind het advies van een algoritme volgt om toch die zware intervallen te doen, negeer je belangrijke signalen van je eigen lichaam.

De expert waarschuwt dat techniek de menselijke maat nooit helemaal mag vervangen; je eigen gevoel en gezonde verstand blijven bij consistentie de belangrijkste leidraad.

4. Wat levert een methode zoals een running streak op voor je regelmaat?
Luisteraar Jacco deelt zijn ervaring met de running streak, waarbij hij elke dag minimaal een kwartier loopt. Ellen Ricke ziet dat dergelijke simpele regels helpen om de beslis-stress weg te nemen: je gaat gewoon omdat het in je routine zit.

Toch waarschuwt ze voor de schaduwzijde. Wanneer de streak een doel op zich wordt, loop je het risico om door pijn of oververmoeidheid heen te trainen. Het is volgens haar een uitstekende manier om de drempel te verlagen, mits je eerlijk genoeg naar jezelf durft te zijn om te stoppen als je lichaam daar echt om vraagt.

5. Wat zijn volgens de wetenschap de meest effectieve manieren om gedrag te veranderen?
In plaats van te hopen op een plotselinge vlaag van motivatie, adviseert Ellen Ricke om te focussen op je directe omgeving. Motivatie is onbetrouwbaar, zeker op koude regendagen. Effectieve gedragsverandering zit hem in het verkleinen van de drempel, zoals je sportkleding alvast klaarleggen of afspreken met een loopmaatje.

Ellen wijst erop dat sociale controle en een goede klik met een coach veel krachtiger zijn dan welk schema dan ook. Door sporten de makkelijkste keuze van je dag te maken, houd je het op de lange termijn vol zonder dat het elke dag een gevecht wordt.

Video over onderzoeker Ellen Ricke over consistent trainen: hoe hou je het vol?

https://www.youtube.com/watch?v=ANRMDtnHxHo

Categorieën
Seizoen 13 Training en herstel

254. Mysterie: waarom pakt krachttraining zo divers uit bij sporters

Home » Afleveringen

Dit is de 254e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

De grote frustratie in het krachthonk

We herkennen het allemaal wel als we de sportschool binnenstappen. De een hoeft maar naar een halterstang te kijken en de mouwen van zijn shirt beginnen te knellen, terwijl de ander maandenlang zwoegt zonder dat er zichtbaar iets verandert. Als duursporter vraag je je dan weleens af of die uren tussen het ijzer wel zin hebben als de weegschaal en de spiegel nauwelijks uitslaan.

Jurgen dook in een recente Finse studie die precies deze variatie in krachttraining bij duursporters onder de loep nam. Het onderzoek bevestigt wat we in de praktijk al vermoedden: de verschillen zijn enorm. Sommige deelnemers zagen hun spiermassa met tien procent toenemen, terwijl anderen na een identiek programma letterlijk op nul uitkwamen.

Dat voelt misschien onrechtvaardig, maar je genen trekken zich blijkbaar weinig aan van je goede voornemens.

Waarom kracht meer is dan alleen een dikke spier

De grote vraag is natuurlijk of je als zogeheten non-responder dan maar beter kunt stoppen. Hier wordt het interessant, want spiermassa en kracht zijn twee verschillende dingen. Uit de data die Jurgen analyseerde, bleek dat de toename in pure kracht veel consistenter is dan de groei van de spier zelf. Bijna iedereen wordt sterker, ook de mensen bij wie je dat aan de buitenkant niet direct ziet.

Guido Vroemen benadrukte in ons gesprek dat we ons als fietsers of lopers vooral niet blind moeten staren op die omvang. Een tijdrijder hoeft geen enorme bodybuilder-benen te hebben om een enorm vermogen te trappen. Het gaat om de aansturing vanuit je zenuwstelsel en de specifieke kracht die je meeneemt naar je sport.

Dat is precies de nuance die je in de sportschool vaak mist, waar de focus toch vaak ligt op hoe je er in de spiegel uitziet.

Wat er overblijft na een trainingspauze

Een andere zorg die we vaak horen, is het verlies van al die moeizaam opgebouwde winst tijdens een vakantie of een blessureperiode. De Finse onderzoekers keken ook naar dit effect door de proefpersonen na hun trainingsperiode tien weken lang rust te geven. De spiermassa verdween in die periode grotendeels weer, wat natuurlijk even slikken is. Maar het goede nieuws is dat de opgebouwde kracht veel beter behouden bleef.

Bovendien bleek dat de proefpersonen na die pauze opvallend snel weer op hun oude niveau terug waren toen ze de draad weer oppakten. Dit heeft te maken met het spiergeheugen: eenmaal aangemaakte celkernen in de spieren blijven langdurig aanwezig. Een paar weken zonder gewichten is dus geen ramp voor je fundament. Je lichaam onthoudt het werk dat je hebt verzet, zelfs als de buitenkant tijdelijk wat minder indrukwekkend oogt.

Het belangrijkste is dat we stoppen met het vergelijken van onze eigen fysieke progressie met die van de persoon op het bankje naast ons. De wetenschap laat zien dat ieders lichaam een eigen plan trekt als het gaat om spiergroei, maar dat krachttraining voor bijna iedereen zinvol is. De winst zit hem in de belastbaarheid en de kracht die je mee naar de weg of het bos neemt.

Uiteindelijk gaat het erom dat we slimmer presteren in onze eigen sport, niet dat we de breedste zijn in de kleedkamer.

Praktische Take-aways

  • Gebruik krachttraining specifiek voor jouw doelstellingen, zoals Guido adviseert, in plaats van een algemeen bodybuilding-schema te volgen.
  • Focus tijdens je krachttraining op de toename in gewicht of herhalingen in plaats van op de omvang van je spieren; kracht is voor duursporters belangrijker dan massa.
  • Accepteer dat je genetische aanleg bepaalt hoe snel je reageert op training; als de resultaten uitblijven, ligt dat vaker aan je DNA dan aan je motivatie.
  • Maak je niet te druk over een trainingspauze van enkele weken; dankzij het spiergeheugen en de blijvende krachtwinst ben je sneller terug op niveau dan je denkt.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken voor de enorme verschillen in spiergroei tussen sporters?
Jurgen legt uit dat genetica de doorslaggevende factor is. De Finse studie waar we het over hebben, laat zien dat sommige mensen simpelweg meer aanleg hebben voor hypertrofie, oftewel het groter worden van de spieren, dan anderen. Het is een soort genetische loterij. Zelfs bij exact hetzelfde trainingsschema zagen de onderzoekers dat de een tien procent aan spiermassa won, terwijl de ander op nul bleef steken. Dat is voor de zwoegende sporter frustrerend, maar het is een fysiologische realiteit waar we niet omheen kunnen.

2. Wat heb je aan krachttraining als je een zogeheten non-responder bent op het gebied van spiermassa?
Dit is een cruciaal punt dat Jurgen in de uitzending aanstipt om de boel te relativeren. Hoewel de groei van spiermassa heel grillig verloopt, stijgt de pure kracht bij bijna iedereen die traint. Voor ons als duursporters is dat eigenlijk heel goed nieuws. Guido Vroemen vult aan dat we meestal helemaal niet zwaarder willen worden door extra spiermassa. Zolang je sterker wordt en je zenuwstelsel de spieren beter leert aansturen, boek je progressie die je op de fiets of tijdens het lopen echt gaat merken.

3. Wat is het effect van een trainingspauze op de opgebouwde winst in de sportschool?
Jurgen haalde een onderzoek aan waaruit bleek dat spiermassa na tien weken volledige rust grotendeels verdwijnt, wat natuurlijk pijnlijk is om te horen. Maar er is een belangrijke nuance: de pure kracht bleef bij de proefpersonen veel beter behouden dan de omvang van de spieren. Het fundament dat je hebt gelegd, stort dus niet zomaar in. Zodra je na een vakantie of blessure de draad weer oppakt, merk je dat je veel sneller terug bent op je oude niveau dan toen je ooit begon.

4. Wat is de rol van het spiergeheugen bij het hervatten van de training na een rustperiode?
Het concept van spiergeheugen is geen fabeltje, zo legt Jurgen uit. Tijdens het trainen maak je nieuwe celkernen aan in je spiervezels. Als je stopt met trainen, wordt de spier weliswaar dunner, maar die extra celkernen blijven waarschijnlijk gewoon aanwezig. Ze staan als het ware in de stand-by modus. Zodra je weer met gewichten gaat smijten, zorgen deze kernen ervoor dat de eiwitproductie direct weer op gang komt. Je lichaam onthoudt dus het werk dat je eerder hebt verzet.

5. Wat raadt Guido Vroemen aan voor duursporters die specifiek willen trainen zonder zwaarder te worden?
Guido is daar heel nuchter in: train voor de functie, niet voor de spiegel. Hij ziet in zijn praktijk dat sporters vaak algemene schema’s volgen die gericht zijn op uiterlijk. Voor een triatleet of wielrenner is specifieke kracht echter veel belangrijker dan een dikke biceps. Guido noemt het voorbeeld van Jetze Plat, die enorm krachtig is maar niet onnodig zwaar. Focus je op de oefeningen die jouw sportprestatie verbeteren en vertrouw erop dat die krachtwinst er is, ook als je geen gram aankomt.

Video over mysterie: waarom pakt krachttraining zo divers uit bij sporters

https://www.youtube.com/watch?v=YNEkWO8r3bE

Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie op de Olympische Winterspelen in Milaan Cortina 2026. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over:

De fysiologische spagaat van de 1500 meter schaatsen

De Winterspelen in Milaan-Cortina 2026 lopen tegen het einde, maar het zwaarste nummer moet op het ijs nog komen. De 1500 meter schaatsen wordt niet voor niets het koningsnummer genoemd. Het is een afstand die geen specialisme toestaat; je moet alles kunnen. In de fysiologie praten we dan over een spagaat tussen het explosieve vermogen van een sprinter en de aerobe motor van een stayer.

Jurgen haalt vaak de beruchte Wingate-test aan om de intensiteit te duiden. Waar die dertig seconden op een fiets voor de meeste mensen al voelen als een bijna-doodervaring, moeten deze schaatsers die inspanning bijna drie keer zo lang volhouden. Het resultaat is een lactaatopbouw die zo extreem is dat het een wonder mag heten dat de techniek in de laatste buitenbocht nog ergens op lijkt.

Dat is precies waarom dit nummer zo verraderlijk is: je moet de grens opzoeken zonder er in de eerste duizend meter overheen te donderen.

Waarom de wereldrecords op de schaatsmijl bevroren lijken

Het is een punt waar we in de podcast met enige verwondering naar kijken: de wereldrecords op de 1500 meter schaatsen bij zowel de mannen als de vrouwen staan al sinds 2019. Ondanks alle data, betere pakken en innovatieve trainingsschema’s van de afgelopen jaren, blijven de tijden van Kjeld Nuis en Miho Takagi onaangetast.

Het voelt logisch om te denken dat we een fysiologisch plafond hebben bereikt, maar het ligt waarschijnlijk ingewikkelder. In Milaan zien we dat de omstandigheden op de baan en de tactische druk van de Spelen vaak zwaarder wegen dan pure snelheid.

Een fenomeen als Jordan Stolz kan wel de perfecte techniek hebben, maar op de schaatsmijl gaat het niet om wie de hoogste topsnelheid haalt. Het gaat om wie de minste schade oploopt. Het is de kunst van het verval minimaliseren op een moment dat je lichaam schreeuwt om zuurstof.

Pacing en de weerbarstige praktijk van zelfregulatie

Hoe bereid je een atleet voor op zo een gecontroleerde zelfmoord? Guido ziet in de praktijk dat het vaak misgaat bij de start. De verleiding is groot om, gedreven door adrenaline, te hard te openen. Maar de 1500 meter schaatsen win je niet in de eerste honderd meter; je verliest hem in de laatste vijfhonderd.

We zagen bij het alpineskiën dit weekend hoe arbitraire regels en mentale druk een race kunnen beïnvloeden, en dat is op het ijs niet anders. Pacing is meer dan een schema volgen; het is zelfregulatie onder extreme stress. Je moet durven ontspannen terwijl de verzuring intreedt.

Mark Tuitert liet in 2010 al zien dat een schijnbaar langzamere opbouw de weg naar goud kan zijn als je daarmee je techniek intact houdt. In een tijd waarin alles meetbaar lijkt, blijft de 1500 meter een herinnering dat sport uiteindelijk draait om menselijk gevoel en de discipline om niet te vroeg al je kruit te verschieten.

De schaatsmijl blijft de ultieme puzzel van de Winterspelen. Het is een afstand waarbij wetenschap en emotie elkaar raken in de laatste binnenbocht. Wij blijven kijken met een scherpere bril, want op deze anderhalve kilometer wordt het kaf van het koren gescheiden.

Praktische Take-aways

  • Succes op de schaatsmijl is vaak het resultaat van een conservatieve start; durf snelheid over te houden voor de laatste ronde om het verval binnen de perken te houden.
  • De 1500 meter schaatsen vraagt om een combinatie van een extreem hoog anaeroop vermogen en een fysiologische motor die de lactaatopbouw kan verdragen.
  • Staar je niet blind op wereldrecords op hoogte; op een laaglandbaan in Milaan wint de schaatser met de beste pacing en de minste technische afbraak.
  • Train op zelfregulatie door intervallen te rijden waarbij de focus ligt op een constante techniek onder vermoeidheid, in plaats van alleen op de eindtijd.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat maakt de 1500 meter schaatsen fysiologisch zo extreem?
Jurgen van Teeffelen legt uit dat de schaatsmijl een brug slaat tussen twee uitersten in de sportwetenschap. Je hebt de explosieve start van een sprinter nodig, maar moet die snelheid bijna twee minuten lang verdedigen met de motor van een stayer.

In de fysiologie vergelijken we dit vaak met een Wingate-test. Waar die dertig seconden op een fietsergometer voor de meeste mensen al als een marteling voelen, trekken deze schaatsers die inspanning door tot het drievoudige. Het resultaat is een lactaatopbouw die techniek en coördinatie tot het uiterste test terwijl de vermoeidheid genadeloos toeslaat.

2. Wat is de reden dat de wereldrecords op de 1500 meter al sinds 2019 bevroren lijken?
Het valt ons op dat de tijden van Kjeld Nuis en Miho Takagi ondanks alle technologische innovaties al jarenlang onaangetast blijven. Volgens Jurgen en Guido komt dit doordat wereldrecords vaak een zeldzame samenkomst zijn van perfecte omstandigheden, zoals de lage luchtdruk in Salt Lake City.

In de weerbarstige praktijk van een laaglandbaan zoals in Milaan verschuift de nadruk van pure topsnelheid naar efficiëntie en pacing. Het fysiologische plafond is misschien nog niet bereikt, maar de perfecte storm van 2019 is simpelweg niet meer voorbijgekomen op het ijs.

3. Wat leert de legendarische race van Mark Tuitert uit 2010 ons over moderne pacing?
Guido Vroemen benadrukt dat de gouden race van Mark Tuitert nog altijd het ultieme schoolvoorbeeld is van slimme zelfregulatie op het ijs. Tuitert won destijds niet door de snelste opening te rijden, maar door zijn verval in de beslissende laatste ronde tot een minimum te beperken.

Veel sporters laten zich in de praktijk nog steeds leiden door adrenaline en angst, waardoor ze te hard starten en in de laatste bocht volledig stilvallen. De les van Tuitert is dat je moet durven ontspannen in de eerste duizend meter om aan het eind nog techniek over te hebben.

4. Wat is de rol van zelfregulatie en RPE tijdens de schaatsmijl?
Jurgen legt uit dat een schaatser op de 1500 meter constant zijn gevoel van inspanning, ook wel de Rate of Perceived Exertion genoemd, moet managen. Het is een mentale balanceeract tussen de drang om te versnellen en de wetenschap dat elke extra versnelling je later in de race fataal kan worden.

Het gaat erom dat een atleet leert luisteren naar de signalen van het lichaam, zoals de opbouw van lactaat, zonder in paniek te raken. Topatleten gebruiken deze zelfregulatie om precies op de kritieke grens te balanceren tot ze de eindstreep passeren.

5. Wat kunnen schaatsers leren van de startprocedures bij het alpineskiën?
Tijdens de Spelen in Milaan zagen we veel discussie over de startregels bij het skiën, waarbij een startmoment soms willekeurig kan aanvoelen. Gerrit en Jurgen trekken de parallel naar het schaatsen, waar de focus vaak volledig op de fysieke data ligt, maar de mentale component van de start cruciaal blijft.

Het herinnert ons eraan dat topsport niet alleen een optelsom is van wattages en zuurstofopname, maar vooral draait om het bewaren van je koelbloedigheid onder druk. Wie zijn rust bewaart bij het vertrek, heeft een enorme voorsprong zodra de verzuring in de benen schiet.

Video over slimmer presteren op de winterspelen: 1500m schaatsen

https://www.youtube.com/watch?v=0FJWezYlfHg

Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Slimmer presteren in het Skimo: de nieuwe sport van de toekomst?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over:

De technologische wapenwedloop op het ijs van Milaan

De Winterspelen van Milaan-Cortina 2026 zijn in volle gang en we zien dat de strijd om de medailles steeds vaker in de windtunnel wordt beslist. Terwijl wij in Nederland hopen op de individuele klasse van atleten zoals Kimberley Bos of de pure snelheid van de schaatsers, valt ons op hoe groot de invloed van materiaal is geworden.

In sporten als skeleton en shorttrack zien we landen als Italië en Groot-Brittannië die de krachten bundelen met Formule 1-teams zoals Ferrari en McLaren. Het gaat niet meer alleen om wie de sterkste benen heeft, maar om wie de slimste aerodynamica heeft ontwikkeld.

Voor ons roept dat de vraag op of de pure sportman nog wel kan winnen van de ingenieurs. Het is een weerbarstige praktijk waarbij technologie de marges bepaalt, iets wat we ook steeds vaker terugzien in de duursporten op de weg.

Skimo als de nieuwe fysiologische meetlat

Later deze week debuteert een sport die onze fysiologische harten sneller doet kloppen: Skimo. Hoewel ski-alpinisme voor de gemiddelde Nederlander misschien klinkt als een mooie tocht door de bergen, laten de cijfers van Jurgen een heel ander beeld zien. Skimo is in feite een klimwedstrijd op ski’s waarbij tachtig procent van de uitslag bergop wordt bepaald.

We praten hier over een zuurstofopnamecapaciteit van boven de 80 bij de mannen en 70 bij de vrouwen. Dat zijn waarden die we normaal alleen zien bij de absolute wereldtop in het wielrennen of langlaufen. De uitdaging bij Skimo zit hem in de combinatie: je moet een enorme motor hebben om de hoogtemeters te overbruggen, maar ook de technische vaardigheid bezitten om na een razendsnelle wissel met bevroren vingers weer veilig af te dalen.

De wetenschap achter talent transfer naar de bergen

Nu Skimo een olympische status heeft, rijst de vraag of we onze Nederlandse schaatsers niet vaker de bergen in moeten sturen. Dat brengt ons bij het principe van talent transfer. Guido ziet vaak dat sporters denken dat een goede conditie in de ene sport direct succes garandeert in de andere, maar de realiteit is complexer.

Een omvangrijke studie van de HAN en de Universiteit Gent onder twaalfhonderd coaches laat zien dat sporten in clusters vallen op basis van fysiologische en coördinatieve eisen. Een explosieve schaatser als Jenning de Boo is een fenomeen op de sprint, maar de specifieke duurkracht voor Skimo vraagt om een heel ander profiel. Succesvol overstappen naar een sport als Skimo lukt alleen als de basisvaardigheden uit het Athletic Skills Model al in de jeugd breed zijn ontwikkeld.

Het is niet simpelweg een kwestie van een andere sport kiezen, maar van begrijpen of jouw motor en techniek passen bij de wetten van de sneeuw.

Of we nu kijken naar de aerodynamica in de ijsbaan of de brute zuurstofopname op de flanken van de Alpen, deze Spelen laten zien dat innovatie nooit stopt. We blijven de komende dagen kritisch kijken naar hoe de wetenschap zich vertaalt naar het podium, want in de topsport is stilstaan geen optie.

Praktische Take-aways

  • Een brede sportieve basis volgens het Athletic Skills Model vergroot de kans dat een sporter later succesvol kan switchen naar een nieuwe discipline zoals Skimo.
  • Materiaal en aerodynamica zijn in technische wintersporten inmiddels even bepalend voor winst als de fysieke gesteldheid van de atleet.
  • Skimo vereist een extreem hoge zuurstofopnamecapaciteit en een hoge anaerobe drempel omdat de race grotendeels bergop wordt beslist.
  • Talent transfer werkt het beste tussen sporten die in hetzelfde cluster vallen wat betreft fysiologische belasting en technische motoriek.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat maakt de nieuwe olympische sport Skimo fysiologisch zo extreem?
Volgens Jurgen van Teeffelen is Skimo, of ski-alpinisme, een sport die de absolute grenzen van het menselijk vermogen opzoekt. De sport wordt voor tachtig procent bergopwaarts beslist, wat betekent dat de zuurstofopnamecapaciteit de belangrijkste graadmeter voor succes is.

We zien bij de mannen waarden van boven de 80 en bij de vrouwen rond de 70. Dit zijn getallen die vergelijkbaar zijn met de wereldtop in het wielrennen en langlaufen. Het unieke aan Skimo is de combinatie: na een maximale inspanning bergop moet je direct technisch foutloos kunnen afdalen, terwijl de verzuring nog in je benen zit.

2. Wat is de invloed van de Formule 1 op de prestaties in de ijsbaan?
In de technische wintersporten zoals skeleton en shorttrack is materiaalonderzoek een bepalende factor geworden. Jurgen en Guido merken op dat grote landen als Italië en Groot-Brittannië nauwe samenwerkingen zijn aangegaan met Formule 1-teams zoals Ferrari en McLaren. Deze teams gebruiken hun expertise in aerodynamica en windtunnels om sleeën te ontwikkelen die de luchtweerstand tot een minimum beperken.

Voor een land als Nederland, dat meer leunt op individueel talent en kleinere budgetten, wordt het steeds lastiger om deze technologische achterstand in te halen, omdat het materiaal inmiddels een significant deel van de eindtijd bepaalt.

3. Wat leren we van de studie naar sportclusters over het wisselen tussen sporten?
Guido Vroemen verwijst naar een grootschalig onderzoek van de HAN en de Universiteit Gent onder twaalfhonderd coaches. Hieruit blijkt dat sporten ingedeeld kunnen worden in clusters op basis van achttien verschillende kwaliteiten, zoals kracht, uithoudingsvermogen en coördinatie.

Talent transfer is alleen kansrijk als een atleet overstapt naar een sport binnen hetzelfde cluster. Een schaatser heeft bijvoorbeeld een enorme explosiviteit, maar dat vertaalt zich niet automatisch naar de specifieke duurkracht die nodig is voor een sport als Skimo. Zonder de juiste basis uit het cluster blijft een overstap vaak steken op een gebrek aan specifieke efficiëntie.

4. Wat is de rol van het Athletic Skills Model bij het opleiden van wintersporters?
Het Athletic Skills Model (ASM) speelt een cruciale rol in het voorbereiden van sporters op de weerbarstige praktijk van verschillende disciplines. Jurgen legt uit dat een brede motorische ontwikkeling in de jeugd ervoor zorgt dat een atleet later makkelijker kan schakelen tussen sporten. In plaats van vroege specialisatie op het ijs, pleit het ASM voor een diversiteit aan bewegingsvormen.

Hierdoor ontwikkelt een sporter een soort fysiologische en coördinatieve flexibiliteit. Dit verklaart waarom sommige atleten ogenschijnlijk moeiteloos van de schaatsbaan naar de bergen kunnen overstappen, terwijl anderen die enkel specifiek getraind zijn, daar veel meer moeite mee hebben.

5. Wat zijn de grootste valkuilen bij een overstap van schaatsen naar Skimo?
De grootste valkuil is het onderschatten van de specifieke technische eisen in de sneeuw. Guido ziet vaak dat schaatsers wel over de juiste motor beschikken, maar de techniek van het klimmen op vellen en het razendsnel wisselen van materiaal niet beheersen. Bij Skimo win je de race bergop, maar kun je hem verliezen in de wissels en de afdaling.

Een topschaatser als Jenning de Boo is extreem krachtig op het vlakke ijs, maar de mechanica van een steile berghelling vraagt om een andere belasting van de spieren. Een succesvolle transfer vereist daarom niet alleen conditie, maar ook een jarenlange investering in de technische ‘skills’ van de nieuwe sport.

Video over slimmer presteren op de winterspelen: SKIMO

https://www.youtube.com/watch?v=bLbpPCvdQ6s

Categorieën
Interview met gast Seizoen 13 Winter Spelen 2026

253. Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is de 253e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

De onzichtbare muur: Hoe Wouter Terra aerodynamica tastbaar maakt

Wanneer we naar de Winterspelen in Milaan kijken, zien we topsporters die ogenschijnlijk moeiteloos door de lucht snijden. Maar schijn bedriegt. Bij snelheden boven de 50 kilometer per uur en bij skeleton zelfs ver daarboven is de lucht geen ijle ruimte, maar een stroperige muur waar je tegenaan beukt. In deze aflevering duiken we met aerodynamica-expert Wouter Terra van de TU Delft in de techniek achter de records.

Van bellen blazen naar gouden plakken

Het klinkt bijna kinderlijk: helium-zeepbelletjes loslaten op de ijsbaan van Thialf. Toch is dit de basis van de Ring of Fire, een geavanceerd meetsysteem dat de luchtstroom rondom een schaatser letterlijk in beeld brengt. Voorheen vertrouwden we vooral op windtunnels met stilstaande poppen, maar de werkelijkheid op het ijs is grilliger. De beweging van de schaatser beïnvloedt de lucht, en die lucht beïnvloedt de schaatser weer.

Een opvallend inzicht uit het onderzoek van Wouter is de positie van de handen. Door simpelweg je handen op je rug te leggen in plaats van los op je zij, kun je de luchtweerstand met wel 5 procent verlagen. Voor een olympisch schaatser is dat vaak het verschil tussen het podium en de anonimiteit.

Het trommelvel-effect in je schaatspak

We hebben het vaak over gladde pakken, maar de wetenschap achter de stoffen van de Nederlandse ploeg gaat veel dieper. Wouter legt uit hoe het zogenaamde trommelvel-effect werkt. Door de juiste spanning en textuur op specifieke plekken van het lichaam aan te brengen, gaat de stof op een gecontroleerde manier trillen. Dit beïnvloedt de grenslaag van de lucht, waardoor de luchtstroom langer aan het lichaam vastplakt en de zuigende werking achter de sporter, de drag, afneemt.

Deze technologie zagen we eerder al terug bij de aerodynamische sleeves van hardloper Niels Laros, waar we in aflevering 195 uitgebreid bij stilstonden. Het bewijst dat aerodynamica in de sport universeel is: de wetten van de fysica stoppen niet bij de rand van de ijsbaan.

CdA-waarde: De heilige graal voor de fietser

Hoewel Wouter veel tijd doorbrengt in de schaatstunnel, ligt zijn passie ook bij het wielrennen. Voor de gemiddelde wielrenner is de CdA-waarde, de luchtweerstandscoëfficiënt Cd vermenigvuldigd met het frontaal oppervlak A, vaak een abstract getal. Wouter probeert dit te democratiseren.

In de podcast bespreken we zijn werk aan een generiek model van een wielrenner. Waar fabrikanten en profploegen hun data vaak voor zichzelf houden, helpt dit model om algemene principes te delen zonder privacy-issues. Wat blijkt? De interactie tussen je helm, je houding en zelfs je rugzak bepaalt je snelheid veel meer dan die ene dure carbon wielset.

Slimmer dan de wind

De wetenschap van Wouter Terra laat zien dat aerodynamica geen mysterieuze kracht is waar je alleen met een miljoenenbudget grip op krijgt. Het gaat om het zichtbaar maken van het onzichtbare. Of het nu gaat om de helium-bellen in Thialf of een 3D-geprinte replica van een skeletonster: het doel is steeds om te begrijpen hoe lucht zich gedraagt als het jouw lichaam raakt.

Voor de sporter thuis is de les simpel. Je hoeft niet direct een windtunnel in om sneller te worden. De strijd tegen de luchtweerstand begint bij bewustwording van je eigen houding en materiaal. Of je nu in Milaan voor goud strijdt of op een doordeweekse avond je eigen PR op de fiets probeert aan te scherpen: de lucht is er altijd, maar je hoeft er niet blind tegenaan te blijven beuken.

Praktische Take-away

Wil je zelf aan de slag met aerodynamica zonder direct een windtunnel te huren? Let dan op deze drie zaken:

Hoofdhouding: Je helm werkt alleen als je hoofd in de juiste positie staat. Kijk niet alleen naar de grond, maar zoek de lijn waarin de lucht over je rug wegstroomt.ging waarin wetenschap en praktijk voortdurend in dialoog blijven.

Handpositie: Op de weg of op het ijs, je handen zijn vangers van lucht. Berg ze op of houd ze compact.

Kledingspanning: Wapperende shirts zijn remparachutes. Een strak pak dat goed aansluit bij je schouders is de goedkoopste winst.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

Wat maakt de Ring of Fire in Thialf zo bijzonder voor het onderzoek naar aerodynamica?
Wouter Terra legt ons uit dat we voorheen vooral naar statische situaties in windtunnels keken. Met de Ring of Fire, waarbij honderdduizenden met helium gevulde zeepbelletjes door de lucht zweven en door camera’s worden gevolgd, krijgt hij een uniek beeld van de werkelijke luchtstroom rond een bewegende schaatser.

Wouter benadrukt dat juist die interactie tussen de schaatser en de lucht cruciaal is om te begrijpen waar de winst zit. Het is een noodzakelijke stap van theoretische modellen naar de weerbarstige praktijk op het ijs.

Wat is het voordeel van de specifieke handpositie die Wouter in zijn onderzoek noemt?
Tijdens ons gesprek met Wouter komt een verrassend simpel inzicht naar boven: je handen zijn een van de grootste boosdoeners als het gaat om luchtweerstand. Volgens de berekeningen van Wouter kan het strak op de rug leggen van de handen in plaats van ze losjes aan de zijkant te houden, de weerstand met maar liefst 5 procent verlagen.

Wouter stelt dat dit soort details vaak meer impact hebben dan duurder materiaal. Het laat zien dat aerodynamica voor een groot deel gaat over het verkleinen van je frontaal oppervlak en het optimaliseren van je houding.

Wat houdt het trommelvel-effect in bij de ontwikkeling van moderne schaatspakken?
Wouter neemt ons mee in de techniek achter de nieuwste pakken van de Nederlandse ploeg. Hij spreekt over het trommelvel-effect, waarbij de stof op strategische plekken onder een specifieke spanning wordt gezet. Hierdoor gaat de stof gecontroleerd trillen, wat ervoor zorgt dat de luchtstroom langer aan het lichaam blijft kleven.

Dit verkleint de zuigende werking achter de sporter. Wouter benadrukt dat een pak niet alleen glad moet zijn, maar juist de juiste textuur moet hebben om de grenslaag van de lucht gunstig te beïnvloeden.

Wat is de meerwaarde van het generieke model van een wielrenner waar Wouter aan werkt?
In de wielersport houden ploegen hun data over aerodynamica vaak voor zichzelf. Wouter ontwikkelde daarom een generiek model dat de principes van luchtweerstand inzichtelijk maakt zonder bedrijfsgeheimen te schenden. Hij legt ons uit dat dit model helpt om te begrijpen hoe de interactie tussen de renner, de fiets en accessoires zoals een rugzak werkt.

Wouter ziet dit als een manier om wetenschappelijke kennis breder toegankelijk te maken, zodat ook amateurwielrenners begrijpen waarom bepaalde aanpassingen in hun houding wel of niet effectief zijn.

Wat is de belangrijkste les die een recreatieve sporter kan trekken uit het werk van Wouter?
Volgens Wouter staart de gemiddelde sporter zich te vaak blind op dure gadgets, terwijl de grootste winst in de basis ligt. Hij adviseert ons om vooral kritisch te kijken naar kleding en houding.

Wapperende kleding fungeert als een remparachute en een verkeerde hoofdhouding kan je aerodynamische voordeel in één klap tenietdoen. Wouter stelt dat slimmer presteren begint bij het begrijpen van de lucht als een muur waar je met een compacte vorm en strakke materialen zo efficiënt mogelijk doorheen moet snijden.

Video over slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra

https://www.youtube.com/watch?v=QCj-cDCoFx4

Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over:

Sneller, hoger, spectaculairder: en ook gevaarlijker? Slimmer presteren op de Winterspelen

De Olympische Winterspelen zijn niet alleen een spektakel van snelheid en vaardigheid, maar ook een arena waar de risico’s en gevaren van extreme sporten onder de loep worden genomen. Jurgen en Gerrit duiken in de cijfers en trends van blessures, waarbij ze de balans zoeken tussen risico’s nemen en een bewuste aanpak van blessures.

Guido voegt hieraan toe dat de praktijk vaak complexer is dan de theorie, en dat de ervaring van atleten en trainers een cruciale rol speelt in het begrijpen en minimaliseren van deze risico’s.

In deze aflevering bespreken we niet alleen de impact van blessures op sportcarrières, maar ook de effectiviteit van alternatieve behandelmethoden. Guido benadrukt dat hoewel sommige technieken nog niet volledig evidence-based zijn, ze in de praktijk vaak waardevol blijken.

Samen onderzoeken ze hoe we de gezondheid van atleten kunnen prioriteren zonder de essentie van de sport te verliezen, en hoe een kritische blik en gedeelde kennis kunnen bijdragen aan veiligere sportomstandigheden.

Bij de Olympische Spelen lijkt alles soms spectaculair en snel, maar onderzoek suggereert dat de risico’s en blessures in topsport niet zo simpel zijn als ze vaak voorgesteld worden.

Jurgen brengt een wetenschappelijke blik aan, en neemt je mee langs studies over blessureincidentie, de ontwikkeling van sportveiligheid, en de invloed van het gebruik van beschermende middelen. We bespreken bijvoorbeeld dat het aantal blessures bij extreme sporten wel degelijk toeneemt, maar dat de interpretatie van die data afhankelijk is van definities en de context waarin sporten worden beoefend.

Deze aflevering is vooral geschikt voor sporters, trainers, medici en iedereen die de ‘echte’ risico’s in de sport wil begrijpen en niet meegaat in overdreven verhalen. Het vormt een uitnodiging om sport en veiligheid niet te zien als simpel zwart-wit, maar als een complexe uitdaging waarin wetenschap en praktijk voortdurend in dialoog blijven.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische winterspelen eigenlijk?
De vraag is of de winterspelen inderdaad gevaarlijker zijn dan andere sporten en hoe dat in verhouding staat tot de werkelijkheid. Jurgen suggereert dat de incidentie van blessures waarschijnlijk hoger is bij extreme sporten en nieuwe disciplines, maar dat het nooit helemaal statistisch eenduidig kan worden vastgesteld. Gerrit merkt op dat blessures altijd aanwezig zijn, maar dat een deel van de risico’s – zoals snelle valpartijen of sportspecifieke incidenten – inherent aan de sport blijven.

In praktijk betekent dat we moeten kijken naar de context en niet meteen spreken van een gevaar dat buitenproportioneel is. Het gevaar is waarschijnlijk realistisch, maar niet zo extreem dat het niet binnen de normale sportrisico’s past.

2. Wat zegt de wetenschap over het risico op blessures en hoe dat zich ontwikkelt?
Jurgen licht toe dat recente studies laten zien dat blessures bij topatleten niet heel verschillend lijken te zijn over meerdere Olympische Spelen, maar dat het gemiddelde incidentieverhoogd kan zijn door nieuwe disciplines en hogere snelheden. Daarnaast wordt het risico op blessures in de jeugd en bij recreatief sporten geraamd op zo’n 30 procent per jaar, afhankelijk van de sport en blessures. Gerrit vult aan dat de meeste blessures kneuzingen en verstuikingen zijn, met een relatief klein percentage ernstigere blessures.

In de praktijk zien we dat vooral de ontwikkeling van de sport en technologische verbeteringen op termijn mogelijk blessures kunnen verminderen, maar dat het risico nooit volledig weg te nemen is. Preventie en goede begeleiding blijven daarom essentieel.

3. Hoe verhouden blessurecijfers zich tot andere sporten en is de focus op blessurepreventie terecht?
Jurgen geeft aan dat Olympische sporten als snowboarden, freestyle skiën en slope style een incidentie van rond de 30 procent hebben. Hij waarschuwt dat dat niet betekent dat blessures onvermijdelijk zijn, maar dat ze de risico’s van extreme sporten onderstrepen. Gerrit benadrukt dat in veel sporten de verwachting is dat blessures voorkomen, maar dat het niet altijd makkelijk is ze volledig te voorkomen zonder stop te zetten of de sport anders in te richten.

Wat verandert indien men dit serieus neemt? Het onderstreept dat blessures onderdeel vormen van topsport en dat ultieme preventie onrealistisch is. Het focus moet eerder liggen op het goed managen van risico’s en het aanpassen van technieken en uitrusting, zonder dat dat de sport zelf op zich tenietdoet.

4. In hoeverre zijn medische en technische interventies effectief gebleken bij blessures in topsport?
Jurgen wijst erop dat de wetenschap aangeeft dat de meeste blessures, zoals scheuren en verstuikingen, hersteld kunnen worden binnen 11 maanden, met een zeer hoog slagingspercentage. Gerrit illustreert dat verschillende medische technieken, zoals het gebruik van hammer en beitel, onderbouwd worden met wetenschappelijke literatuur, maar dat de toepassing ervan altijd kritisch bekeken moet worden. Gido deelt dat praktijk en wetenschap soms verschillend zijn, en dat de bewijskracht voor sommige behandelingen beperkt blijft.

In praktijk betekent dit dat medisch herstel doorgaans succesvol is, maar dat het verrichten van onorthodoxe behandelingen zonder goede bewijsbasis riskant en mogelijk contraproductief kan zijn. Een gezonde twijfel blijft geboden.

5. Wat zeggen de gegevens over de invloed van mentale en fysieke conditie op blessure- en incidentenrisico?
Jurgen laat zien dat veel blessures en ziekmeldingen bij topsporters gerelateerd zijn aan fysieke en mentale belasting. Gerrit voegt toe dat kleine lichamelijke klachten of mentale spanning een grote invloed kunnen hebben op de prestatie en het risico op blessures. Verder wordt beschreven dat veel atleten niet volledig topfit zijn, wat het risico op blessures verhoogt.

In praktijk betekent dat aandacht voor mentale gezondheid en goede ziekte- en blessurepreventie niet ondergeschikt moet zijn. Het regelmatig monitoren van de fysieke en mentale gesteldheid van atleten kan uitdoving en nieuwe blessures voorkomen of uitstellen.

Video over slimmer presteren op de winterspelen: gevaar

https://www.youtube.com/watch?v=CjJ_Y2tXrr0

Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:

Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

Wat gebeurt er onder de motorkap van de topsport in de sneeuw en op het ijs? Drie keer per week bellen wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en Middle-Aged-Man-in-Lycra Gerrit Heijkoop elkaar om de marges te ontleden. Van fysiologie tot aerodynamica: We zoeken uit hoe het wetenschappelijk echt zit, zodat jij met een scherpere bril, en nog meer plezier, naar deze Olympische Winterspelen kijkt.

Waar en hoe draagt wetenschap bij aan het beter begrijpen van winterspelen? Jurgen en Gerrit praten over de korte termijn innoveren versus de lange termijn wetenschappelijk onderzoek, en je merkt dat die twee vaak niet goed op elkaar aansluiten. Terwijl atleten op de ijsbaan of het ski-piste soms jaar in, jaar uit met sensoren en biomechanisch onderzoek bezig zijn, blijft het in de praktijk vaak heel beperkt zichtbaar en wordt de kennis niet altijd snel doorgevoerd.

In deze aflevering raakt vooral de paradox tussen de wetenschap en de praktijk je: sporters en coaches lijken vaak nog vooral te vertrouwen op ervaring en traditie, terwijl onderzoek suggereert dat er bij veel onderdelen juist nog flinke ‘winst te boeken’ is, als men de juiste data en technieken gebruikt.

We bespreken onder meer de impact van de samenstelling van sporten, zoals de skiathlon en Noordse combinatie, waar biomechanica en fysiologie onderling botsen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kijken we naar de beperkte data over het effect van thuisvoordeel, dat voor veel onderdelen waarschijnlijk minder groot is dan vaak gedacht wordt, ondanks de grote fanfare die er soms om wordt geblazen.

Wat we nog niet weten, blijft vooral de grote vraag: hoe snel en efficiënt kunnen we wetenschap, innovatie en de praktijk laten samenwerken? En in hoeverre kunnen we maskeren dat bij sommige sporten nog veel onderzoek ontbreekt of achterloopt? Het retorische ‘veel is mogelijk’ klinkt aantrekkelijk, maar de realiteit laat vooral zien dat we met gezonde twijfel moeten blijven kijken naar claims over snelheid, blessures, en performanceverbetering in de winterspelen.

Deze aflevering is niet bedoeld om bluffende claims te geloven, maar om te laten zien dat wetenschap vooral een hulpmiddel is dat langzaam zijn weg zoekt in de sportpraktijk. Het is boeiend om te zien waar nog veel ruimte ligt, en vooral waar de brug tussen weten en doen nog stevig gebouwd moet worden.

Als je geïnteresseerd bent in de meer wetenschappelijke kant van sportprestaties en kritisch wilt kijken naar die schijnbaar spectaculaire innovaties, dan is dit een aflevering om niet te missen.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Hoe concreet is de rol van wetenschap en innovatie in het verbeteren van de prestaties bij de Olympische Winterspelen?
Jurgen suggereert dat er wel onderzoek is gedaan, maar het is vaak beperkt tot specifieke onderdelen zoals biotechnologie en biomechanica. Gerrit benadrukt dat het veld nog steeds grotendeels van de basiswetenschap afhankelijk is en dat veel animaties, sensoren en modellen nog niet echt doorslaggevend zijn in de top.

Dit laat zien dat veel sportinnovaties, zeker op hoog niveau, waarschijnlijk meer iteratief en contextafhankelijk zijn dan revolutionair. Het impliceert dat we niet zomaar kunnen verwachten dat sensoren of nieuwe materialen direct tot medaillewinst leiden.
Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren in schaatsen of snowboarden geeft waardevolle data, maar het grootste effect zit in training en techniek optimaliseren, niet in de apparatuur alleen. Innovatie is vaak een puzzelstuk dat goed moet passen binnen het trainingstraject.

2. Hoe verhouden prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen zich tot de sporttechniek en fysiologie?
Jurgen benoemt dat onderzoek meer inzicht geeft in de fysiologische verschillen en dat wetenschappelijke data vaak nog in vroege fases zit, maar dat bepaalde technische verschillen nu al zichtbaar zijn. Gerrit wijst erop dat de verschillen breed gaan en dat voor sommige onderdelen, zoals de langlauf of schaatsen, we nog geen definitieve conclusies kunnen trekken.

Het duidt erop dat gelijkstelling van prestaties niet alleen een kwestie van afstand aanpassen is, maar dat de technische en fysiologische verschillen diep verankerd blijven, ook in de training en selectie. Het onderstreept dat gendergelijkheid in sport meer complex is dan alleen de afstand of het aantal medailles.

De nieuwe regelingen voor gelijke afstanden in schaats en schansspringen illustreren dat de sport zich aanpast, maar dat er nog wetenschappelijke onduidelijkheden bestaan over het optimale en eerlijke evenwicht.

3. Is er bewijs dat thuisvoordeel bij de Olympische Spelen bestaat, en in hoeverre speelt dat een rol?
Jurgen geeft aan dat er onderzoek is gedaan, maar dat het effect heel klein zou zijn – ongeveer 0,2 procent. Gerrit bevestigt dat factors zoals reizen, accommodatie en publiek impact kunnen hebben, maar dat het vooral een klein voordeel is dat niet alle prestaties significant beïnvloedt.

Het benadrukt dat thuisvoordeel niet eenvoudig te kwantificeren is, maar dat het vooral een psychologisch en logistiek effect kan zijn. Het ondermijnt de vaak gehoorde claims dat het een grote factor is, waardoor sporters en coaches misschien te weinig rekening houden met de complexiteit.

In de praktijk betekent dat dat een sporter mogelijk iets meer rust of comfort heeft, maar dat dit waarschijnlijk niet de doorslag geeft bij resultaat. Het benadrukt dat prestaties vooral afhangen van vaardigheid, voorbereiding en omstandigheden.

4. Wat zegt de wetenschappelijke blik over blessures en prestaties in de wintersport?
Jurgen haalt onder andere blessures bij skiërs en de invloed van biomechanica aan. Gerrit wijst op dat veel van het wetenschappelijke onderzoek vooral over blessures en biomechanische optimalisatie gaat, maar dat de toepassing beperkt blijft, mede door de complexiteit van de bewegingen.

Het betekent dat preventie en prestatieverbetering in de breedte sport nog vooral een uitdaging is, mede doordat de sporters vele verschillende mechanische en medische factoren meebrengen. Het onderstreept dat innovatie niet zomaar leidt tot directe resultaten, maar dat veel ingrijpende verandering tijd en veel onderlinge afstemming vereist.

Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren en biofeedback kan helpen, maar veel topsporters maken nog altijd vooral op basis van ervaring en coaching hun keuzes. Wetenschap ondersteunt, maar vervangt niet de praktijk.

5. Hoe ontwikkelt de wetenschap zich rondom gendergelijkheid en prestatieverschillen in de wintersporten?
Jurgen benoemt dat de Olympische Spelen qua geslachtsgelijkheid de ‘meest gendergelijke ooit’ worden genoemd, maar dat nog altijd bepaalde onderdelen, zoals de Noordse combinatie en bob, alleen voor mannen blijven bestaan. Gerrit wijst erop dat onderzoek naar man-vrouw verschillen nog volop in ontwikkeling is en dat technische optimalisaties voor beide geslachten nog niet volledig gelijkwaardig zijn.

Het toont dat sportwetenschap en beleid elkaar beïnvloeden, maar dat de fysieke en technische verschillen niet zomaar te neutraliseren zijn. Het onderstreept dat echte gelijkheid meer vraagt dan alleen rules aanpassen; het vraagt om uitgebreide wetenschappelijke kennis en praktische vertalingen.

Het voorbeeld van gelijktijdige wedstrijden en de selectie van onderdelen onderlijn dat de sport nog steeds in verandering is, en dat wetenschappelijk onderzoek daarin een belangrijke rol heeft, maar dat dit niet altijd snel gaat.

Video over innovatie op de Olympische winterspelen

https://www.youtube.com/watch?v=CoeRipHYgCc

Categorieën
Seizoen 12

252. Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn – Eindejaarsaflevering

Home » Afleveringen

Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sportboeken om te lezen of te luisteren, tips van sporters zelf

Zoek je goede sportboeken, maar weet je niet waar je moet beginnen? Dan ben je niet de enige. Het aanbod is groot, de kwaliteit wisselend en niet elk sportboek is even relevant voor hoe jij met je sport bezig bent.

In deze aflevering van de Slimmer Presteren Podcast bespreken Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en Guido Vroemen sportboeken die zijn aangeraden door luisteraars. Geen verkooppraatjes en geen lijstjes om af te vinken, maar boeken waar sporters zelf iets aan hebben gehad. Over training, sportpsychologie, topsport en inspiratie.

Niet iedereen leest makkelijk, dat komt ook aan tafel ter sprake. Juist daarom draait deze aflevering niet om hoeveel boeken je leest, maar om welke sportboeken iets toevoegen aan je manier van trainen en denken over sport.

Wat de sportboeken van luisteraars gemeen hebben

De ingezonden sportboeken verschillen sterk in onderwerp en stijl, maar laten samen een duidelijk patroon zien. Sporters tippen elkaar geen snelle oplossingen, maar boeken die helpen om beter te begrijpen wat ze doen en waarom ze dat doen.

Jurgen brengt structuur aan in de tips. Gerrit reageert vanuit zijn eigen ervaring als sporter. Guido vult aan en prikkelt, vooral wanneer het gesprek gaat over nieuwsgierigheid en blijven leren. Niet elk sportboek wordt uitgebreid besproken, maar bij een aantal titels blijven ze bewust langer stilstaan.

Sportboeken over training die verder gaan dan schema’s

Een van de sportboeken waar het gesprek mee begint is The Science of Running van Steve Magness. Dit boek wordt getipt omdat het training uitlegt zonder vast te houden aan kant en klare schema’s. Het laat zien hoe trainingsprincipes werken en waarom bepaalde keuzes logisch zijn.

Daarna komt Hardlopen, biomechanica en inspanningsfysiologie van Frans Bosch en Ronald Klomp aan bod. Guido benadrukt dat dit vooral een sportboek is om in te grasduinen. Het vraagt aandacht en achtergrondkennis, maar biedt verdieping voor sporters en trainers die echt willen begrijpen hoe belasting en beweging samenhangen.

Ook Wielertraining anno 2025 van Frank van de Wiel wordt besproken. Guido gebruikt dit sportboek als hulpmiddel om trainingskeuzes te onderbouwen en grenzen beter in te schatten. Niet als blauwdruk, maar als kader.

Klassiekers als Daniels’ Running Formula en Training for the Uphill Athlete komen langs als voorbeelden van sportboeken die hun waarde hebben bewezen door de jaren heen.

Sportboeken over psychologie en mentale aspecten

In de categorie sportpsychologie krijgt Door de barrière van Mariska van Sprundel extra aandacht. Dit sportboek combineert wetenschappelijke inzichten met verhalen van duursporters en laat zien hoe motivatie, vermoeidheid en mentale grenzen samenkomen.

Ook Do Hard Things van Steve Magness wordt genoemd als sportboek dat sporters aanzet tot nadenken over mentale veerkracht, zonder te vervallen in slogans. Ter contrast komt Mysterieuze krachten in de sport voorbij, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden.

Sportboeken en biografieën die topsport in perspectief zetten

Bij de sportboeken over sporters verschuift het gesprek naar context en keuzes. Watergevoel, over Pieter van den Hoogenband, laat zien hoe prestaties samenhangen met begeleiding en omgeving.

Winnen met je hoofd van Marit Bouwmeester en Nico van Yperen krijgt veel aandacht. Dit sportboek laat zien hoe zelfregie, kritisch denken en afstand nemen van hypes bijdragen aan langdurige prestaties. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken vooral laten zien wat er achter de schermen gebeurt.

Ook The Perfect Mile van Neal Bascomb komt voorbij. Een sportverhaal dat laat zien hoe grote prestaties zelden individueel tot stand komen.

Inspirerende sportboeken voor motivatie en plezier

Sommige sportboeken zijn vooral bedoeld om zin te krijgen om te bewegen. Born to Run van Christopher McDougall is daar een bekend voorbeeld van. Geen trainingshandleiding, maar een verhaal dat inspireert.

Ook Niet de race maar de reis van Jolanda Linschooten wordt genoemd als sportboek dat sport en avontuur combineert. Guido tipt daarnaast De hartslag van een ander van Wouter Duinisveld, een boek dat perspectief biedt als sport even niet vanzelf gaat.

Populair wetenschappelijke sportboeken die nieuwsgierigheid aanwakkeren

Tot slot komen sportboeken aan bod die wetenschap en sport combineren. The Explorer’s Gene van Alex Hutchinson gaat over nieuwsgierigheid en ontdekken, een thema dat volgens Jurgen herkenbaar is voor veel sporters.

Daarnaast worden Exercised van Daniel Lieberman en De beweegreden van Eline Lievens en Wim de Rave genoemd. Deze sportboeken plaatsen bewegen in een breder menselijk perspectief en laten zien waarom sport zo’n centrale rol speelt in ons leven.

Sportboeken om op terug te vallen

Deze aflevering is bedoeld als overzicht van sportboeken waar sporters zelf door geraakt zijn. Niet om alles te lezen, maar om iets te vinden dat bij je past. Een boek om te lezen, te luisteren of af en toe in te bladeren.

Of je nu verdieping zoekt in training, nieuwsgierig bent naar de mentale kant van sport of gewoon inspiratie wilt, deze sportboeken bieden verschillende ingangen. Precies daarom zijn ze door luisteraars aan elkaar getipt.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Welke sportboeken zijn het lezen waard als sporter?
In deze aflevering worden veel sportboeken genoemd, maar een aantal springt eruit. The Science of Running van Steve Magness komt terug omdat het training uitlegt zonder vast te zitten aan schema’s. Wielertraining anno 2025 wordt genoemd als boek dat theorie en praktijk verbindt. Door de barrière laat zien hoe mentale aspecten en wetenschap samenkomen, terwijl Winnen met je hoofd inzicht geeft in zelfregie en topsport. Het zijn sportboeken die niet voorschrijven wat je moet doen, maar helpen begrijpen waarom je traint zoals je traint.

2. Wat zijn goede sportboeken als je meer wilt begrijpen van training?
Als je verdieping zoekt, maar geen kant en klare schema’s wilt volgen, zijn sportboeken die principes uitleggen het meest geschikt. In de aflevering bespreken Gerrit en Jurgen boeken die laten zien hoe belasting, herstel en adaptatie samenhangen. Guido vult aan dat zulke sportboeken helpen om betere keuzes te maken als trainingen niet lopen zoals gepland. Ze geven context, zodat je minder afhankelijk wordt van vaste formats en apps.

3. Ik lees niet graag, waarom zou ik toch sportboeken proberen?
Dit komt expliciet ter sprake in de aflevering. Gerrit geeft toe dat hij zelf weinig leest, en juist dat maakt het herkenbaar. Guido benadrukt dat sportboeken geen verplichting zijn. Het gaat niet om het uitlezen van een boek, maar om nieuwsgierigheid. Een paar hoofdstukken, grasduinen of een luisterboek kan al voldoende zijn om anders naar je sport te kijken. De waarde zit in het perspectief dat je oppikt, niet in het aantal pagina’s.

4. Welke sportboeken gaan over motivatie en mentale aspecten?
Sportboeken over psychologie richten zich vaak op doorgaan, twijfel en motivatie. Door de barrière combineert wetenschap met ervaringen van duursporters. Do Hard Things zet aan tot nadenken over mentale veerkracht zonder slogans. In de aflevering komt ook Mysterieuze krachten in de sport langs, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden. Deze boeken helpen sporters begrijpen wat er mentaal gebeurt tijdens training en wedstrijd.

5. Wat voegen sportbiografieën en sportverhalen toe?
Sportbiografieën laten zien wat er achter prestaties schuilgaat. Boeken als Winnen met je hoofd en Watergevoel maken duidelijk dat succes zelden alleen draait om talent of hard werken. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken helpen relativeren. Ze geven context aan keuzes, druk en verwachtingen. Voor veel sporters is dat minstens zo waardevol als een technisch trainingsboek.

6. Welke sportboeken zijn geschikt als je vooral inspiratie zoekt?
Niet elk sportboek is bedoeld om iets te leren in technische zin. Sommige boeken zijn er om zin te krijgen om te bewegen. Born to Run en Niet de race maar de reis worden genoemd als voorbeelden van sportboeken die inspireren zonder instructief te zijn. Ook De hartslag van een ander laat zien hoe sport betekenis kan geven, juist als trainen even niet centraal staat.

7. Wat haal ik als sporter uit populair wetenschappelijke sportboeken?
Populair wetenschappelijke sportboeken slaan een brug tussen onderzoek en dagelijkse sportpraktijk. The Explorer’s Gene van Alex Hutchinson gaat over nieuwsgierigheid en ontdekken, thema’s die volgens Jurgen herkenbaar zijn voor veel sporters. Exercised en De beweegreden plaatsen bewegen in een breder menselijk perspectief. Ze helpen begrijpen waarom sport belangrijk voelt, ook als je even geen concrete doelen hebt.

Training

The Science of Running – Steve Magness
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Science+of+Running+Steve+Magness
 
Hardlopen, biomechanica en inspanningsfysiologie – Frans Bosch & Ronald Klomp
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Hardlopen+biomechanica+en+inspanningfysiologie+Bosch+Klomp
 
Wielertraining anno 2025 – Frank van de Wiel
https://www.sportim.be/book-store/p/wielertraining-anno-2025-
 
Daniels’ Running Formula – Jack Daniels
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Daniels%27+Running+Formula+Jack+Daniels
 
Training for the Uphill Athlete – Steve House
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Training+for+the+Uphill+Athlete+Steve+House
 
 
Psychologie
Do Hard Things – Steve Magness
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Do+Hard+Things+Steve+Magness
 
Door de barrière – Mariska van Sprundel
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Door+de+barri%C3%A8re+Mariska+van+Sprundel
 
Mysterieuze krachten in de sport – Joris van den Bergh
https://www.dbnl.org/tekst/berg103myst01_01/berg103myst01_01.pdf
 
 
Sporters & biografieën
Watergevoel – Arthur van den Boogaard
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Watergevoel+Arthur+van+den+Boogaard
 
Winnen met je hoofd – Marit Bouwmeester & Nico van Yperen
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Winnen+met+je+hoofd+Bouwmeester+Van+Yperen
 
The Perfect Mile – Neal Bascomb
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Perfect+Mile+Neal+Bascomb
 
Goud – Worthy de Jong
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Goud+Worthy+de+Jong
 
 
Inspiratie
Born to Run – Christopher McDougall
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Born+to+Run+Christopher+McDougall
 
Niet de race maar de reis – Jolanda Linschooten
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Niet+de+race+maar+de+reis+Jolanda+Linschooten
 
Het hoofd weegt zwaarder dan de benen – Olivier Verhaeghe
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Het+hoofd+weegt+zwaarder+dan+de+benen+Olivier+Verhaeghe
 
De hartslag van een ander – Wouter Duinisveld
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+hartslag+van+een+ander+Wouter+Duinisveld
 
 
Populair wetenschappelijk
Endure – Alex Hutchinson
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Endure+Alex+Hutchinson
 
The Explorer’s Gene – Alex Hutchinson
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Explorer%27s+Gene+Alex+Hutchinson
 
Exercised – Daniel Lieberman
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Exercised+Daniel+Lieberman
 
De beweegreden – Eline Lievens & Wim de Rave
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+beweegreden+Lievens+de+Rave

Video over sportboeken die het lezen waard zijn

https://www.youtube.com/watch?v=THTDVg3Dhj0

Categorieën
Hardlopen Marathon Seizoen 12 Training en herstel Wielrennen

251. Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

Home » Afleveringen

Dit is de 251e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sporten met pijnstillers, slim of riskant?

Een lange duurtraining, een zware wedstrijd, een knie die zeurt. Voor veel sporters voelt een pijnstiller als een simpele oplossing. Even dempen en door. Zeker bij marathons, triatlons en ultralopen lijkt het soms bijna normaal.

In deze aflevering onderzoeken Gerrit en Jurgen of sporten met pijnstillers past bij Slimmer Presteren. Ze kijken naar wat de wetenschap zegt over prestatie en herstel. In het laatste deel schuift sportarts Guido Vroemen aan. Hij ziet in de praktijk wat er mis kan gaan.

Wat zijn NSAID pijnstillers?

NSAID’s zijn ontstekingsremmende pijnstillers. Bekende voorbeelden zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Ze remmen processen die betrokken zijn bij pijn en ontsteking. Dat kan prettig voelen bij klachten, maar het grijpt ook in op herstelmechanismen.

Paracetamol hoort niet bij de NSAID’s. Het werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar het remt ontsteking niet op dezelfde manier. Daardoor denken veel sporters dat paracetamol tijdens sport altijd de veilige keuze is. In deze aflevering hoor je waarom ook dat te simpel is.

Waarom sporters pijnstillers gebruiken

De motivatie is vaak praktisch. Sporters willen een training afmaken. Ze willen een start niet missen. Ze willen pijn vóór zijn. Uit studies bij marathonlopers en ultralopers blijkt dat preventief gebruik regelmatig voorkomt. Sporters gebruiken NSAID’s in dit soort onderzoeken vaker dan niet-sporters.

Dat betekent niet dat elke sporter dit doet. Het betekent wel dat het onderwerp groot genoeg is om serieus te nemen. Zeker omdat het vaak gaat om gebruik zonder medisch advies.

Helpen NSAID’s je prestatie verbeteren?

De wetenschap is hier nuchter over. Er is geen overtuigend bewijs dat NSAID’s je structureel sneller of sterker maken. In sommige onderzoeken duiken kleine effecten op bij uitputtingstesten. Die effecten zijn wisselend en beperkt.

Een belangrijk punt uit de aflevering is dat prestatie niet hetzelfde is als minder pijn voelen. Je kunt pijn dempen en toch slechter presteren. Ook kan een lagere pijnperceptie ervoor zorgen dat je over grenzen heen gaat die je normaal wel respecteert.

Wat betekenen pijnstillers voor herstel en adaptatie?

Ontsteking voelt als een probleem, maar het is ook een normaal onderdeel van herstel en aanpassing. Training veroorzaakt micro-schade. Het lichaam reageert daarop met herstelprocessen. Daar hoort een ontstekingsreactie bij.

NSAID’s remmen die cascade. Dat kan het adaptatieproces verstoren. Vooral bij herhaalde zware belasting en krachttraining zien onderzoekers dat effect terug. Bij duursport is het beeld genuanceerder, maar het onderliggende principe blijft hetzelfde. Je dempt een proces dat onderdeel is van sterker worden.

De grote risico’s bij langdurige inspanning

Hier wordt de aflevering echt scherp. Guido Vroemen ziet dat het grootste gevaar niet zit in een losse tablet op een rustige dag, maar in combinatie met langdurige inspanning. Zeker wanneer er warmte, uitdroging en hoge belasting meespelen.

NSAID’s verhogen het risico op maag en darmproblemen en bloedingen. Ze verhogen ook het risico op nierproblemen. In marathononderzoek zijn ziekenhuisopnames en ernstige complicaties vooral gemeld bij deelnemers die NSAID’s gebruikten. Dat is precies het scenario waarin veel sporters denken slim te handelen.

Paracetamol is geen NSAID, maar Guido waarschuwt ook hier voor een valkuil. Paracetamol kan de temperatuurregulatie beïnvloeden en signalen maskeren die je juist nodig hebt om veilig te blijven. Zeker bij warm weer is dat relevant.

UTMB als voorbeeld van beleid

De UTMB is een bekend voorbeeld van een organisatie die het gebruik van NSAID’s probeert terug te dringen. Het beleid laat zien dat het probleem niet alleen theoretisch is. Wedstrijdorganisaties zien ook de medische risico’s bij lange inspanning en nemen maatregelen.

Wanneer zijn pijnstillers een signaal

De conclusie van deze aflevering is helder en streng. Sporten met pijnstillers is zelden een slimme strategie. Het maskeert vaak een probleem dat je beter kunt oplossen met herstel, aanpassing van training of een verstandige keuze rondom je start.

Als je pijnstillers nodig hebt om een wedstrijd te doen, dan zegt dat iets. Het zegt dat je lichaam al over een grens heen is. Slimmer presteren betekent dan soms juist dat je niet doorgaat.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat kan er misgaan als je preventief een pijnstiller neemt vóór een wedstrijd?
Preventief gebruik komt vaker voor dan veel sporters denken. Het idee is dat je pijn voor bent en daardoor beter presteert. In de aflevering wordt duidelijk dat dit een gevaarlijke aanname is. Preventief gebruik verhoogt het risico op bijwerkingen, terwijl er geen bewezen prestatievoordeel tegenover staat. Zeker bij marathons en triatlons kan het combineren van pijnstillers, warmte en uitdroging leiden tot ernstige medische problemen.

2. Wat is het verschil tussen NSAID’s en paracetamol voor sporters?
NSAID’s remmen ontstekingen en beïnvloeden daarmee ook herstelprocessen in het lichaam. Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar remt ontsteking niet op dezelfde manier. Dat maakt paracetamol niet automatisch veilig tijdens sport. Volgens sportarts Guido Vroemen kan paracetamol signalen van oververhitting maskeren, wat juist tijdens lange inspanningen gevaarlijk kan zijn. Beide middelen zijn dus geen slimme standaardoplossing voor sporters.

3. Wat zegt de wetenschap over prestatieverbetering door pijnstillers?
De wetenschap laat geen overtuigend prestatievoordeel zien van pijnstillers bij sport. In sommige onderzoeken worden kleine effecten gevonden bij uitputtingstesten, maar die zijn wisselend en beperkt. Belangrijker is dat minder pijn voelen niet hetzelfde is als beter presteren. In de aflevering wordt benadrukt dat cafeïne consistenter effect laat zien dan pijnstillers. Pijnstillers kunnen het gevoel veranderen, maar maken je lichaam niet beter voorbereid op inspanning.

4. Wat zijn de grootste risico’s van pijnstillers tijdens marathons en triatlons?
Volgens Guido Vroemen nemen de risico’s vooral toe bij langdurige inspanning. NSAID’s verhogen de kans op maag en darmbloedingen, nierproblemen en in sommige gevallen hartproblemen. Die risico’s worden groter bij warmte en uitdroging, omstandigheden die juist bij marathons, triatlons en ultralopen vaak voorkomen. In marathonstudies zijn ernstige complicaties vooral gezien bij sporters die ontstekingsremmers gebruikten, niet bij deelnemers die dat niet deden.

5. Wat is een verstandige keuze als je pijn hebt rond een wedstrijd?
De belangrijkste boodschap uit de aflevering is dat pijnstillers vaak een signaal maskeren. Als je pijn ervaart waarvoor je denkt een pil nodig te hebben, is dat een moment om kritisch te zijn. Soms is extra rust, het aanpassen van je doel of zelfs niet starten de slimste keuze. Slimmer Presteren betekent luisteren naar je lichaam en beseffen dat doorgaan met pijnstilling op de lange termijn meer kan kosten dan het oplevert.

Video over sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

https://www.youtube.com/watch?v=iAFTbBoVxrE

Categorieën
Interview met gast Seizoen 12

250. ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

Home » Afleveringen

Dit is de 250e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Koude training, zinvol of onzin?

Koud douchen, ijsbaden en trainen in de kou zijn populairder dan ooit. Op social media buitelen claims over elkaar heen. Het zou je herstel versnellen, je metabolisme boosten en je mentale weerbaarheid vergroten. Maar wat gebeurt er nu echt in het lichaam als je jezelf blootstelt aan kou?

In deze aflevering gaan Gerrit en Jurgen in gesprek met hoogleraar thermofysiologie Wouter van Marken Lichtenbelt. Hij doet al decennialang onderzoek naar hoe het menselijk lichaam omgaat met temperatuur, energieverbruik en aanpassing. Zijn boodschap is helder: kou is een prikkel, maar de effecten zijn vaak minder spectaculair dan ze worden voorgesteld.

Wat kou direct met je lichaam doet

Kou zet het lichaam direct aan het werk. Zodra de omgevingstemperatuur daalt, probeert het lichaam warmte vast te houden en extra warmte te produceren. Dat gebeurt via rillen en via processen in spier- en vetweefsel die energie kosten.

Dat extra energieverbruik is meetbaar, maar klein en tijdelijk. Een koude douche of ijsbad verhoogt het energieverbruik slechts kort. Wie denkt dat kou een shortcut is naar vetverlies, komt bedrogen uit.

Belangrijker is dat kou fungeert als stressprikkel. Het lichaam reageert acuut en keert daarna terug naar zijn uitgangstoestand. Dat is wezenlijk anders dan training, waarbij herhaling leidt tot structurele aanpassingen.

Kun je wennen aan kou?

Acclimatisatie aan kou bestaat. Mensen die zich regelmatig blootstellen aan kou gaan minder snel rillen en voelen zich comfortabeler bij lage temperaturen. Het lichaam leert omgaan met de prikkel.

Die aanpassing zit vooral in het zenuwstelsel en in gedrag. De fysiologische winst blijft beperkt. Dat maakt koude acclimatisatie fundamenteel anders dan training. Bij training en hitte-acclimatisatie nemen prestatie en capaciteit aantoonbaar toe.

Voor sporters betekent dit dat kou de tolerantie kan veranderen, maar de conditie niet.

De rol van bruin vet

Een veelgehoorde claim is dat kou bruin vet activeert en daardoor het metabolisme langdurig verhoogt. Wouter nuanceert dat beeld. Bruin vet speelt een rol bij warmteproductie, vooral bij jonge mensen. Bij volwassenen is de hoeveelheid beperkt en het effect op het totale energieverbruik klein.

Het idee dat koud douchen je stofwisseling structureel versnelt, is wetenschappelijk niet goed onderbouwd. Het effect bestaat, maar stelt weinig voor in vergelijking met bewegen, trainen en dagelijkse activiteit.

Voor gezonde sporters levert koud douchen op zichzelf geen structurele prestatieverbetering op.

IJsbad na training, comfort of herstel?

IJsbaden zijn populair in de sportwereld, vooral na zware inspanning. Ze voelen verfrissend aan en kunnen pijn tijdelijk verminderen. Pijnvermindering is alleen niet hetzelfde als beter herstel.

Koud water kan het natuurlijke herstelproces zelfs afremmen doordat ontstekingsreacties worden onderdrukt die nodig zijn voor aanpassing. Voor krachtsporters is dit goed onderbouwd. Voor duursporters ligt het genuanceerder, maar ook daar is het bewijs voor structurele voordelen beperkt.

Het draait om timing en doel. Kou kan comfort geven, maar draagt niet automatisch bij aan beter worden.

Extreme voorbeelden en de Wim Hof methode

In de aflevering komt ook de Wim Hof methode aan bod. Wouter was betrokken bij onderzoek waarin Wim Hof werd vergeleken met zijn tweelingbroer. De resultaten zijn indrukwekkend, maar vragen om nuance.

Wim Hof is uitzonderlijk goed in het controleren van zijn stressrespons. Dat maakt hem geen representatief voorbeeld voor de gemiddelde sporter. Zijn prestaties laten zien wat mogelijk is onder extreme omstandigheden, niet wat algemeen haalbaar of wenselijk is.

De waarde van dit soort voorbeelden zit vooral in wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

Wat heeft de sporter hier wél aan?

De conclusie van Wouter is nuchter. Kou is geen magische tool. Het vervangt training niet en versnelt progressie niet vanzelf. Voor sporters zit de waarde vooral in comfort, tolerantie en bewustwording.

Wie regelmatig traint in de kou of in koude omstandigheden sport, kan leren daarmee om te gaan. Dat is relevant voor wintertrainingen, open water zwemmen of wedstrijden bij lage temperaturen. Ook helpt koude blootstelling om beter te begrijpen hoe het lichaam reageert op stress.

Wie efficiënter beter wil worden, haalt meer winst uit training, slaap, voeding en consistentie.

Koude training, zin en onzin samengevat

Koude training is geen onzin, maar ook geen wondermiddel. Het is een prikkel die het lichaam tijdelijk uitdaagt. De effecten zijn meetbaar, maar bescheiden. Veel populaire claims gaan verder dan wat de wetenschap ondersteunt.

Door de hype te ontrafelen en de fysiologie centraal te zetten, ontstaat ruimte voor realistische verwachtingen. Kou kan een rol spelen, zolang duidelijk is wat het wel en niet doet.

En precies dát onderscheid maken, is waar Slimmer Presteren om draait.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat gebeurt er in je lichaam als je jezelf blootstelt aan kou?
Volgens Wouter van Marken Lichtenbelt reageert het lichaam op kou vooral door warmte te willen behouden. Dat gebeurt via rillen en via processen in spieren en vetweefsel die extra energie kosten. Het energieverbruik stijgt daardoor tijdelijk, maar keert daarna snel terug naar normaal.

Kou werkt dus als een acute stressprikkel. Het zet het lichaam even aan, maar leidt niet vanzelf tot langdurige aanpassingen zoals training dat wel doet.

2. Wat is het verschil tussen wennen aan kou en fitter worden door training?
Wouter benadrukt dat koude acclimatisatie iets anders is dan training. Door herhaalde blootstelling aan kou voelen mensen zich sneller comfortabel en gaan ze minder rillen. Dat is vooral een aanpassing in het zenuwstelsel en in gedrag.

Bij training en hitte-acclimatisatie neemt de fysieke capaciteit aantoonbaar toe. Kou verandert dus vooral de tolerantie, niet de conditie of prestatiecapaciteit van sporters.

3. Wat zegt de wetenschap over koud douchen of ijsbaden na het sporten?
Koud douchen en ijsbaden kunnen pijn tijdelijk verminderen en als prettig worden ervaren. Dat betekent volgens Wouter niet automatisch dat het herstel beter verloopt. Koude onderdrukt ontstekingsreacties die juist nodig zijn voor trainingseffecten.

Bij krachtsport is dat duidelijk aangetoond, bij duursporters is het bewijs minder sterk maar ook daar is het voordeel onzeker. Kou kan comfort geven, maar draagt niet vanzelf bij aan beter worden.

4. Wat is de rol van bruin vet bij blootstelling aan kou?
Bruin vet helpt bij warmteproductie en wordt actiever bij kou. Wouter nuanceert het idee dat dit een grote invloed heeft op het metabolisme van volwassenen. De hoeveelheid bruin vet is beperkt en het effect op het totale energieverbruik is klein.

Kou kan bruin vet activeren, maar dat weegt niet op tegen de effecten van bewegen en trainen. Het idee dat kou je stofwisseling structureel versnelt is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd.

5. Wat kan een sporter praktisch meenemen uit dit gesprek over koude training?
De belangrijkste les is volgens Wouter realistisch blijven. Kou is geen wondermiddel en vervangt training niet. Voor sporters zit de waarde vooral in het leren omgaan met kou en stress, bijvoorbeeld bij wintertrainingen of wedstrijden in koude omstandigheden.

Wie beter wil presteren, haalt meer winst uit consistente training, goede slaap en passende voeding. Kou kan een aanvulling zijn, zolang je weet wat het wel en niet doet.

Video over zin en onzin van kou volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

https://www.youtube.com/watch?v=GbXMaeqM8Dc

Categorieën
Innovaties Seizoen 12 Sportvoeding

249. Slimmer Presteren met een biertje van Thrive

Home » Afleveringen

Dit is de 249e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Het verhaal achter ons partnerschap met Thrive

De aflevering van deze week is anders dan anders. We nemen je mee tijdens ons bezoek aan het hoofdkantoor van Thrive in Gent. Daar gingen we in gesprek met oprichter Laurens D’Hoore en salesmanager Cedric Schatteman om te ontdekken hoe sportbier kan passen in de leefstijl van hardlopers, wielrenners en triatleten.

Het leidde tot een nieuw partnerschap dat we met trots aankondigen. Luisteraars kunnen Thrive nu zelf proberen met kortingscode ‘slimmerpresteren.

Waarom sportbier sporters helpt presteren

Het idee van bier en herstel hebben we al eens helemaal in het begin van onze podcast (aflevering 2) besproken. Het Belgische Thrive kijkt hier op een innovatieve manier naar. Zij wilden een drankje maken dat past bij sociale momenten en tegelijk bijdraagt aan een gezonde, sportieve levenstijl. Alcoholvrij, smaakvol en met functionele voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines en magnesium. Het past bij sporters die bewust trainen, en daarna iets lekkers willen drinken dat niet op een shake lijkt.

In Gent zien Gerrit en Jurgen hoe serieus Thrive dat aanpakt. Het bedrijf werkt samen met wetenschappers, voedingsspecialisten en topsporters aan een drankje dat gemaakt is van alleen maar natuurlijke ingredienten én iets toevoegt op het juiste moment.

Het verhaal achter Thrive

Thrive ontstond tijdens de voorbereiding op een volledige Ironman triatlon. Laurens trainde samen met een groep vrienden en merkte dat een koud biertje na een zware training heerlijk zou zijn. Als Belgen is dat bijna vanzelfsprekend, maar alcohol en herstel gaan niet goed samen. Het alternatief was op dat moment dus nog een herstel-shake gevolgd door alcoholvrij bier. Dat voelde omslachtig.

Daar ontstond een duidelijke visie: Wat als je een alcoholvrij bier kon maken dat tegelijk de juiste voedingsstoffen bevat voor herstel? Om dat idee te ontwikkelen klopten de oprichters aan bij het Leuven Institute for Beer Research, een samenwerking tussen de Universiteit van Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. In dat centrum wordt al jaren gewerkt aan innovatie in bier. Het bleek de ideale plek om te experimenteren met smaak, ingrediënten en functionaliteit.

Samen met brouwers en wetenschappers ontwikkelde Thrive uiteindelijk het eerste echte sportbier ter wereld. Een drankje dat past bij sociale momenten én bij de actieve leefstijl van sporters.

Waarom Slimmer Presteren met Thrive samenwerkt

Gerrit en Jurgen hebben al diverse voorstellen voor commerciële samenwerking afgewezen. Ofwel om hun onafhankelijkheid te bewaken, of omdat ze niet achter de kernwaarden van het product konden staan. Thrive past wel binnen die twee voorwaarden. Het merk sluit aan bij nieuwsgierigheid naar sportwetenschap en past perfect bij een actieve en gezonde levensstijl van onze luisteraars.

En het is een samenwerking waar de community direct iets aan heeft. Elke bestelling met kortingscode ‘slimmerpresteren levert een voordeel op voor zowel de luisteraar, als ons als makers.

Voor sporters die bewuster omgaan met alcohol of een herstelmoment tastbaar willen maken, is Thrive een laagdrempelige optie. Thrive biedt drie soorten bier:

  • Peak met proteïne voor spierherstel,
  • Play met vitamines B en D voor dagelijkse energie en
  • Unwind met magnesium voor ontspanning.

Wanneer past Thrive in jouw sportleven

Sporters herkennen veel situaties waarin ze iets willen drinken dat goed voelt en past bij hun doelen:

  • Wie meedoet aan Dry January zoekt iets dat helpt om het vol te houden zonder in te leveren op gezelligheid.
  • Wie traint voor een (voorjaars-)marathon of een triathlon merkt dat herstelmomenten steeds belangrijker worden.
  • En wie na een evenement of etentje nog veilig naar huis wil rijden, heeft baat bij een alcoholvrij alternatief.

Thrive past in al die momenten. Het is een biertje dat hoort bij ontspanning en tegelijk aansluit bij een sportieve leefstijl.

Probeer het zelf met kortingscode ‘slimmerpresteren’

Met de kortingscode ‘slimmerpresteren krijgen luisteraars een flinke procentuele korting op hun bestelling. Een mooie kans om te ontdekken of sportbier bij jouw routine past. En tegelijk steun je de podcast, omdat Thrive dankzij de code ziet dat je via ons komt.

Gerrit en Jurgen sluiten af met dezelfde gedachte als in Gent:

Sportbier verandert je training niet, maar het kan wel een prettig onderdeel zijn van je actieve leefstijl. En als je daarmee Slimmer Presteren ondersteunt, wordt de keuze nog makkelijker.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat maakt sportbier anders dan gewoon alcoholvrij bier?
Volgens Laurens en Cedric gaat het vooral om de functie. Thrive bevat geen alcohol, wel ingrediënten die passen bij het herstelmoment. Denk aan proteïne voor spierherstel, vitamines voor dagelijkse energie of magnesium voor ontspanning.

Alles is ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers, zodat smaak en voedingswaarde elkaar versterken. Voor sporters voelt het daardoor natuurlijker dan een shake, terwijl het ook past bij een sociaal moment.

2. Helpt sportbier echt bij herstel na training?
Thrive beweert niet dat één biertje al je herstel regelt. Dat blijft afhankelijk van je totale voeding en training. Wel zorgt de samenstelling ervoor dat je lichaam iets krijgt dat het op dat moment gebruiken kan.

In Peak zit proteïne dat bijdraagt aan het herstel van spieren. Play biedt vitamines die je dagelijkse energie ondersteunen en Unwind helpt ontspannen met magnesium. Het idee is simpel: een drankje dat past bij hoe sporters leven.

3. Voor wie is Thrive vooral bedoeld?
De oprichters richtten zich vanaf het begin op sporters die bewust bezig zijn met gezondheid, maar wél willen genieten van een smaakvol drankje. Dat kan een loper zijn die traint voor een marathon, een triatleet die lange dagen maakt of iemand die meedoet aan Dry January.

Ook sporters die na een training nog moeten rijden herkennen het voordeel. Thrive is vooral gemaakt voor momenten waarop je iets lekkers wilt drinken dat je herstel niet in de weg zit.

4. Hoe gezond is Thrive vergeleken met andere herstelproducten?
Thrive vervangt geen volledig herstelmaal, maar het is een logische optie wanneer je iets lichts en functioneels wilt drinken. Het bevat uitsluitend natuurlijke ingrediënten en elke variant heeft een duidelijke voedingsfunctie. Het past daardoor goed in een actieve leefstijl.

Vooral sporters die shakes vaak te zwaar vinden of die liever iets fris drinken, ervaren het als een prettig alternatief. Het maakt herstel laagdrempelig zonder kunstmatig te voelen.

5. Wanneer kies je voor Peak, Play of Unwind van Thrive?
Dat hangt af van het moment:

  • Na een zware training past Peak, door de proteïne die helpt bij het herstel van spieren.
  • Play is bedoeld voor dagelijkse energie en sluit goed aan bij lichte trainingen of drukke dagen.
  • Unwind is juist gemaakt voor het moment waarop je wilt ontspannen, bijvoorbeeld in de avond of op een rustdag.

De varianten sluiten aan bij verschillende behoeftes in de week van een sporter.

6. Is er een kortingscode voor Thrive?
Ja. Wie Thrive wil proberen kan gebruikmaken van de kortingscode slimmerpresteren. Daarmee krijg je een flinke korting op je bestelling en steun je tegelijk de podcast.

Thrive ziet dankzij de code dat jij via Slimmer Presteren komt. Het is dus een manier om zelf iets nieuws te ontdekken én direct bij te dragen aan het voortbestaan van de show.

Video over slimmer presteren met een biertje van Thrive

https://www.youtube.com/watch?v=-VeZ0UvGtXQ